Het Vaderland/29 december 1928/Avondblad/Weekbladen

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Weekbladen
Auteur(s) Anoniem
Datum Zaterdag 29 december 1928
Titel Weekbladen
Krant Het Vaderland
Jg 60
Editie, pg Avondblad C, 2
Opmerkingen Jannes Gerhardus Wattjes vermeld als Wattjes, Egbert Reitsma als E. Reitsma
Brontaal Nederlands
Bron kranten.delpher.nl
Auteursrecht Publiek domein

Weekbladen.

      Buiten toont de schoonheid van het Paterswolder-meer en van oude stadjes aan de Côte d’Azur. Een mededeeling over het kweeken van cactussen gaat vergezeld van een keur van afbeeldingen van deze eigenaardige planten. Verteld wordt van het dorp Duizel, een der „Achtzaligheden” aan den straatweg van Eindhoven naar Turnhout, waar de overoude St. Janstrossen nog in eere worden gehouden op 24 Juni.

      De Prins toont concurrenten van Pisa’s scheeven toren, geeft een belangwekkende kiek in vogelvlucht van Oxford, laat zien hoe Vollenhovens haven nu nog is.

      De Wereldkroniek toont een vernuftig alarmtoestel, de ravage van de gas-aardbeving in Londen, de brug voor de line-automobilisten in Minneapolis en de wanstaltigheden waartoe de reclame verleidt in Los Angeles. Verder het „Wachtje”, dat in den weg staat en de plattegronden op isolatorhuisjes in onze nieuwe wijken, welke den weg wijzen. Mits ze ’s avonds verlicht worden. En wie weet ze aan te wijzen?

      Prof. Wattjes bespreekt zeer prijzend in Bouwbedrijf het werk van architect E. Reitsma te Groningen, dat z.i. zeer duidelijk doet zien, dat de Nederlandsche architectuur niet slechts leeft in het Westen van ons land, doch dat de ontwikkeling van de architectuur tot een onzen tijd en ons land kenmerkend type zich ook in andere gedeelten van ons land doorzet. Deze moderne Groningsche architectuur moge door haar verwantschap met het meest typische van de huidige Amsterdamsche architectuur verraden, dat de nieuwe architectuur in het cultuur-centrum van ons land eenigen invloed op haar ontwikkeling heeft gehad, toch vormt zich deze nieuwe Groningsche architectuur haar eigen bijzonder karakter.
      Een artikel is gewijd aan drijvende gewapend-beton zweminrichtingen. C. de Visser breekt een lans voor het werk van „Hendrick de Keyser”, ir. G. J. Meyers beschrijft het Belgisch laboratorium voor gewapend betononderzoek en Theo van Doesburg behandelt eenige nieuwe architectuur-demonstraties in Tsjecho-Slowakije.