Kleine gedigten/De naarstigheid

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het medelijden De naarstigheid van Hieronymus van Alphen De spiegel
Uit Kleine gedigten voor kinderen

De naarstigheid

Des morgens lang te slapen,
Te geeuwen en te gapen,
Staat lelijk voor een kind.
Die altoos veel moet snappen,
En zotte taal wil klappen,
Ziet zelden zig bemind.

Zou ik mijn tijd besteden
Aan duizend nietigheden?

'k Heb daar geen voordeel van.
Mijn lessen wil ik leeren,
Mijn meesters zal ik eeren,
Dan word ik haast een man.