Kleine gedigten/Het gebroken glas

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het Hondjen Het gebroken glas van Hieronymus van Alphen De godsdienstigheid
Uit Kleine gedigten voor kinderen

Het gebroken glas
Eene vertelling

Cornelis had een glas gebroken

Voor aan de straat;

Schoon hij de stukken had verstoken,

Hij wist geen raad

Hij had een afschrik van te liegen,

Wijl God het ziet;

En zou hij Mama nu bedriegen,

Dat kon hij niet.


Hij stond onthutseld en bewogen;

De moeder komt;

Zij ziet de tranen in zijn oogen;

Hij scheen verstomd,

Heeft Keesje, zeize, wat bedreven?

Wat scheelt er aan?

'k Heb, zei hij, moeder-lief! zo even

Weer kwaad gedaan.


Terwijl ik bezig met paletten

Bij 't venster was,

Vloog mijn volan, door 't forsch raketten,

Daar in het glas.

Maar als uw Keesje 't van zijn leven

Niet weder doet,

Dan wilt gij 't immers hem vergeven,

Gij zijt zo goed!


Kom Keesje lief! hou op met krijten,

Zei moeder toen:

'k Wil u dien misslag niet verwijten,

Hij kreeg een zoen.

'Die altoos wil de waarheid spreken,

Wordt wel beloond,

Die leugens zoekt voor zijn gebreken,,

Wordt niet verschoond.'