Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/Treurig

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
‘Treurig’ door een anonieme schrijver
Afkomstig uit de Limburger Koerier, dinsdag 20 december 1892, [p. 2]. Publiek domein.


[ 2 ]

Treurig.

– Een treurige geschiedenis van „fatsoenlijke armoede“ werd dezer dagen voor den lijkschouwer van Noord-Oost-Londen aan het licht gebracht.

Twee zusters, dochters van een koopvaardijkapitein, leefden sinds den dood haars vaders, nu twee jaren geleden te zamen in groote armoede en ellende. Zij deden al haar best om het een of ander werk te krijgen, maar dit viel de beide vrouwen om haar zwakke gezondheid – de oudste was telegrafiste geweest, maar om zwakte van gezicht ontslagen – nog eens zoo moeielijk als andere werkloozen. Maar zij hielden zooveel mogelijk haar fatsoen op en behalve de huisjuffrouw, die de huur niet kreeg, maar de arme vrouwen niet hard viel, bemerkte niemand hare groote armoede, totdat Vrijdag de oudste, de 42-jarige Sarah Miller, overleed, volgens de uitspraak der jury van lijkschouwing „aan een beroerte, verhaast door gebrek aan voedsel, kleeding en verwarming.“

Voor den lijkschouwer moest de overblijvende van het tweetal wel – ofschoon aarzelend – erkennen, dat hare zuster en zij niet genoeg te eten hadden, „maar“, voegde zij erbij, „wij deden wat wij konden„. Aan het armenhuis hulp te vragen, konden zij niet over zich verkrijgen. Een liefdadig genootschap verschafte hun eens eene betrekking als dienstboden, maar zij moesten die spoedig opgeven, omdat zij te zwak waren.

De vrouw, bij wie zij in huis woonden, die ook getuigenis aflegde, verklaarde, dat de juffrouwen op honderden advertenties hadden geschreven, en dat zij in alle weer en wind uitgingen, om te zien of zij ook werk konden vinden, maar altijd tevergeefs.

Zoo tobden en sloofden en leden de zusters, tot de eene door den dood uit haar ellende verlost werd. Voor de overblijvende zal nu gezorgd worden.

– – –