Merian - Metamorphosis (1705)/19

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
18. Guajaves Merian - Metamorphosis (1705) van Maria Sibylla Merian

19

20. Gummi Gutta Boomen


[67]

Maria Sibylla Merian-Metamorphosis-Uni bib Utrecht MAG AB 352 Rariora 19.jpg

[68]

 

VERANDERING DER SURINAAMSCHE INSECTEN. 19

DE XIX. AFBEELDING.


VErtoont een Guaiaves tak, na de vrucht van de Indianen Guaiaves genaamt, den boom wast zo hoog als een appelboom in Duitsland, de bladen als de pruime bladen, de bloeisel is wit met veel kleine geele vezeltjes, de vrucht heeft een dunne geele schelle, het vleesch is roodachtig, en aangenaam om te eeten, zowel rauw uit der hand als gekookt, sy zyn van binnen vol kleine zaadjes in een roode vogtigheit leggende, die ook rauw gegeten goed is, maar als men die kooken wil, zo doet men met een lepel alle deze zaaden en vogt daar uit. Men maakt Taarten en Conserven daar van, sy wassen zeer gemaklyk, alzo sy natuurlyk aan het land zyn, en veel dezer boomen in het wilt of Boscagie gevonden werden.

Dezer grooten Rupsen, heb ik veel op de voornoemde boom gevonden, en met deszelfs bladen gespyst, sy zyn wit met swarte streepen, hebben op elke zyde 50. blinkende roode coraalkens, den Heer Leuwenhoek oordeelt dat het oogen zyn, missive 146. pag. 430. à 452, ik heb tot dato dezes niet konnen afneemen dat het oogen zyn, mynes oordeels mostense als dan van achteren, en ter zyden haare spys ondekken konnen, het welke tot nog toe niet ondervonden heb, altoos sy hebben geen oogvlies over dezelve. Als sy volwassen zyn, maken sy een groot grauw gespinst, aan den boom hangende, dan veranderen sy in Poppetjes, gelyk my Anno 1699. den 20. 0ctober geschied is, waar uit den 22. January zodanige witte met swarte streepen vercierde Uilen kwamen. Uit zommige Rupsen kwamen witte maaden, welke na tien dagen in schoone groene vliegen veranderden.

De bovenste groene Rups, heb ik met deze bladen gespyst tot den 2. Augusti 1700. wanneer het in een Poppetjen veranderde als aan het blad hangt, uit het welke den 15. 16. en 17. zulke door sichtige swart gevlakte Capelletjes kwamen.


De twee takken op dit en het voorgaande blad afgebeelt, zyn takken van de Guajava alba-dulcis, in het driensestigste hooftdeel van de Amsterdamsche hof beschreeven, van welke twee zoorten in den Amsterdamsche hof gequeekt worden, die daar meer dan eenmaal bloem en vrucht gegeven hebben: de verscheidene benaaminge, waar mede verscheidene Auteuren deze boom hebben voor gestelt of te beschreeven, zyn alle te vinden in myn Flora Malabarica, onder de naam van Guajava alba dulcis, fructu longiore Herm. Catal.