Overleg:Wien Neerlands bloed

Uit Wikisource
Ga naar: navigatie, zoeken
Deze versies stonden op Wikipedia waar het natuurlijk niet thuishoorde, maar hier wel.
Als er verschillen zijn met de artikelpagina moet een deskundige de juiste daar neerzetten.

Versie van Tollens[bewerken]

1. Wien Neêrlandsch bloed door d'aderen vloeit,
    Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
    Verheff' den zang als wij:
Hij stell' met ons, vereend van zin,
    Met onbeklemde borst,
Het godgevallig feestlied in
    Voor vaderland en vorst.

2. De Godheid, op haar hemeltroon,
    Bezongen en vereerd,
Houdt gunstig ook naar onzen toon
    Het heilig oor gekeerd:
Zij geeft het eerst, na 't zalig koor,
    Dat hooger snaren spant,
Het rond en hartig lied gehoor
    Voor vorst en vaderland.

3. Stort uit dan, broeders, eens van zin,
    Dien hoogverhoorden kreet;
Hij telt bij God een deugd te min,
    Die land en vorst vergeet;
Hij gloeit voor mensch en broeder niet
    In de onbewogen borst,
Die koel blijft bij gebed en lied
    Voor vaderland en vorst.

4. Ons klopt het hart, ons zwelt het bloed,
    Bij 't rijzen van dien toon:
Geen ander klinkt ons vol gemoed,
    Ons kloppend hart zoo schoon:
Hier smelt het eerst, het dierst belang
    Van allen staat en stand
Tot één gevoel in d'eigen zang
    Voor vorst en vaderland.

5. Bescherm, o God! bewaak den grond,
    Waarop onze adem gaat;
De plek, waar onze wieg op stond,
    Waar eens ons graf op staat.
Wij smeeken van uw vaderhand,
    Met diep geroerde borst,
Behoud voor 't lieve vaderland,
    Voor vaderland en vorst.

6. Bescherm hem, God! bewaak zijn troon,
    Op duurzaam regt gebouwd;
Blink' altoos in ons oog zijn kroon
    Nog meer door deugd dan goud!
Steun Gij den scepter, dien hij torscht,
    Bestier hem in zijn hand;
Beziel, o God! bewaar den vorst,
    Den vorst en 't vaderland.

7. Van hier, van hier wat wenschen smeedt
    Voor een van beide alleen:
Voor ons gevoel, in lief en leed,
    Zijn land en koning één.
Verhoor, o God! zijn aanroep niet,
    Wie ooit hen scheiden dorst,
Maar hoor het één, het eigen lied
    Voor vaderland en vorst.

8. Dring' luid, van uit ons feestgedruisch,
    Die beê uw hemel in:
Bewaar den vorst, bewaar zijn huis
    En ons, zijn huisgezin.
Doe nog ons laatst, ons jongst gezang
    Dien eigen wensch gestand:
Bewaar, o God! den koning lang
    En 't lieve vaderland.

Volkslied, Hendrik Tollens)[1]

Bewerkt door J.W. van Dalfsen[bewerken]

1. Wien Neêrlandsch bloed door d'ad'ren vloeit,
    Wien 't hart klopt fier en vrij,
Wie voor zijn volk van liefde gloeit,
    Verheff' den zang als wij!
Hij roem' met allen, welgezind,
    Den onverbreekb'ren band,
Die Neêrland en Oranje bindt:
    — Vorstin en Vaderland. (2x)

2. Bescherm, o God! bewaak den grond,
    Waarop onze adem gaat,
De plek waar onze wieg op stond,
    Wellicht ons sterfuur slaat.
Wij smeken van Uw Vaderhand,
    Met blijden kinderzin,
Behoud voor 't lieve Vaderland,
    Voor land en Koningin! (2x)

3. Dring' luid, van uit ons feestgedruisch
    De beê Uw' hemel in:
„Blijv' met ons oud Oranjehuis
    „Het volk steeds één gezin!”
Vorstin en Prins prijze onze zang,
    En 't klinke aan allen kant:
„Bewaar het vorstlijk stamhuis lang
    „En 't lieve Vaderland!” (2x)

(Neêrlands Volkslied, bewerkt door J.W. van Dalfsen)[2]
  1. Gedichten – Eerste deel van Hendrik Tollens (1855) G. T. N. Suringar ,Leeuwarden p. 184–187 Google books
  2. Neêrlands Volkslied bewerkt door J.W. van Dalfsen. DBNL.