Deze pagina is proefgelezen
VI.
WIJ ZOEKEN 'T VER.
Wij zoeken 't ver: —
„Ik zoek het zuiver schoone beeld, Dat kan verzoenen met dit leven, De vreemde vlinder, die daar speelt, Draagt 't op zijn vleugelen geschreven —
- Doch als 'k mijn handen om hem sluit
- Wisch ik die teere teekens uit !"
„Gij volgt vergeefs wat immer vliedt En houdt den schoonen schijn voor 't wezen, Door eigen onrust ziet gij niet Dat op zijn vleugels staat te lezen:
- Mijn beeld bloeit immer aan uw zij,
- Gij gaat mij blindelings voorbijl" ' '
Wij zoeken 't ver: — „Ik zoek de zegenrijke vrucht Van wijsheid en volkomen weten, Ik zoek de sterren van de lucht En alle hemelen te meten — Maar ach, hoe hooger of ik stijg, Hoe meer of ik naar adem hijg!"}}