Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/110

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 86 —

De giftige koraalslangen daarentegen zijn over de geheele aarde verspreid, zoowel in de Oude als Nieuwe wereld, uitgezonderd Europa.

Wat de brilslangen betreft, deze worden in drie werelddeelen aangetroffen, Afrika, Azië en Australië, en wel in grooten getale.

De adders zagen wij reeds verdeeld in Tropische en Europeesche geslachten. Zij bewonen de geheele oude wereld. In Amerika zijn er nog geene ontmoet. De meest Noordelijke soorten worden door geheel Europa, van Spanje en Italië af tot in Zweden toe, gevonden. Door Rusland zijn zij van Lapland af tot aan den Krim toe verspreid, terwijl zij zich in Azië het verst tot het meer Baikal uitstrekken en het hoogst tot in Zuidelijk Siberië.

Van de driehoekkopslangen weet men, dat zij alleen in de zeer heete gewesten leven van Azië en Amerika. In de Oost-Indiën, zoowel op het vaste land als de eilanden, vindt men ze in ruime hoeveelheid, terwijl zij in Amerika niet alleen in de binnenlanden, maar ook op de Zuid-Amerikaansche eilanden, menigvuldig zijn.

Eindelijk is voor de ratelslangen in het bijzonder te vermelden, dat deze alleen in de Nieuwe Wereld zijn gevonden. Daarbij is hoogst opmerkelijk, dat twee van hare voornaamste soorten, als het ware door de landengte van Panama, scherp van elkander zijn gescheiden. De ééne, Crotalus durissus namelijk, leeft uitsluitend in Noord-Amerika, terwijl de andere, Crotalus horridus, alleen in Zuid-Amerika en hare eilanden wordt aangetroffen, vooral in Guyana, Brazilië, tot in Peru en Chili toe. De Noordelijke soort schijnt niet hooger voor te komen dan tot 45° Noorderbreedte, tot aan het meer Champlain; aan gene zijde van de rivier St. Laurent zou men haar nimmer hebben gezien. Haar rijk breidt zich overigens van daar uit door Beneden Canada, van de groote meeren af, door de binnenlanden der Vereenigde Staten, tot in Carolina, Florida, Californië en Mexico toe.