Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/397

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 373 —

groei van andere gewassen bijkans geheel buitensluiten. Eene gelijkmatige gesteldheid van den grond en der luchtstreek, vooral over groote vlakten, moet als de naaste oorzaak van dezen eigenaardigen groei beschouwd worden. Die gesteldheid is slechts voor enkele plantensoorten geschikt, die zich nu als van zelve van de geheele uitgestrektheid des terreins meester maken.—Bij eenen lagen trap van beschaving worden deze gewesten door herdersvolken bewoond, wier bestaan aan een of ander dier, dat van dezen gezelligen plantengroei leeft, (b.v. het schaap, het paard, de lama's en de kameelen) verbonden is. Zoodanige gewesten en toestanden worden in alle werelddeelen aangetroffen. Zoo vindt men de heidevelden in Europa, de steppen in Azië, de pampas en llanos in Amerika, en de bijkans onbewoonbare woestijnen in Afrika. Alle deze uitgestrekte vlakten echter, waar thans veelal nog het nomaden- of herdersleven de bovenhand heeft, bieden in de toekomst een ruim veld voor den gezegenden landbouw aan. De nadere oorzaak toch, welke den mensch van het nomadenleven tot den landbouw drijft, en van eenen lageren trap des maatschappelijken levens tot eenen hoogeren opvoert, ligt in de toenemende bevolking. In den nomaden-toestand heeft de mensch eene groote uitgestrektheid terrein voor zijn bestaan noodig, terwijl de landbouwer van eenen betrekkelijk kleinen akker ruim voedsel voor vele menschen trekt. Op die wijze zal eenmaal met de toenemende bevolking de landbouw zich meer en meer uitbreiden, de menschelijke maatschappij volmaakter worden, en zullen zich overal de grondslagen vestigen voor ontwikkeling en veredeling van het menschelijk geslacht.