Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/411

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 387 —

bouwhoeven of molens op het land,.... hoe weinige afleiders ziet ge! Is het niet bijna alsof wij nog leefden in den tijd, toen men den bliksem voor het uitwerksel van in de lucht ontvlammende dampen, en voor den bode van den toorn des Almagtigen hield, en het dus onmogelijk achtte om zich daartegen te beveiligen, ja goddeloos om dit te beproeven?

Van waar zulk eene vreemde laauwheid in eene zoo ernstige zaak? Mij dunkt, eene der hoofdoorzaken van dit verschijnsel moet zeker wel gezocht worden in de gemakkelijkheid, waarmede men tegenwoordig zich tegen de schade door brand in het algemeen veroorzaakt kan waarborgen: in de brandverzekering-maatschappijen dus. Maar dit kan de eenige reden niet zijn, waarom gemeentebesturen hunne publieke gebouwen, kerkbesturen hunne kerken, eigenaars van alleenstaande bouwhoeven en molens deze,—waarom allen zoovele menschenlevens zoo moedwillig blootgesteld laten aan een gevaar, waartegen zoo afdoende voorzorgsmaatregelen zijn te nemen. Bedrieg ik mij, wanneer ik hierin grond vind om te vooronderstellen, dat de meesten van deze, al is hun de bliksem-afleider bij naam bekend, toch in het wezen der zaak daarmede nog niet bekend zijn, of verkeerde begrippen koesteren dienaangaande? En zou misschien niet nog eene oorzaak gelegen zijn in de moeijelijkheid, om op eene plaats, niet in de nabijheid van eene onzer groote steden gelegen, en waar men dus meestal geenen deskundigen bij de hand heeft, eenen afleider te doen vervaardigen en plaatsen—een goeden afleider goed te doen plaatsen namelijk—om zich met zekerheid daarop te kunnen verlaten?

Zoo ik in deze beide vooronderstellingen niet mistast, dan behoef ik den lezers van dit werk geene verschooning te vragen voor eene poging, die ik ga aanwenden, om de meer algemeene verspreiding der bliksem-afleiders in ons vaderland te bevorderen, door in deze bladen, zoo duidelijk en kort mogelijk, aan te geven, op welke wijze men een gebouw met behulp van gewone werklieden van eenen afleider kan voorzien.

Maar wat ik in de voorgaande regelen als onbetwistbaar heb vooropgesteld, is dit wezenlijk zoo zeker? Beschut waarlijk een