Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/413

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 389 —

Huis met bliksemafleidersNevensgaande schets stelt een van een' afleider voorzien gebouw voor. Daarvan is A B de stang, B C D of B C' D' de afleider zelf en D E F of D' E' F' de geleiding in den grond. De twee laatste zijn hier dubbeld geteekend, alléén om de verschillende wijze van afleiding in den grond te doen zien. De wijze toch, waarop men den afleider met den grond in verbinding brengt, is verschillend, al naar dat men een' waterput in de nabijheid van het gebouw heeft, of niet. Is dit zoo, dan voert men, zoo als dit uit de schets te zien is, den geleider, op eene diepte van een half Ned. el ongeveer horizontaal naar den put, buigt hem daar om, nadat hij door den mond van den put is heengegaan, en verlengt hem zooverre, dat hij, bij den laagsten stand van het water, nog altijd ongeveer een half el daarin dompelt. Heeft men geenen put in de nabijheid, dan doet men, op eenen afstand van 1 à 2 ellen van het gebouw, een kuil graven of een gat boren van ongeveer drie ellen diep, brengt den afleider daarin, en vult alle ruimte daar rondom aan met gebrande boekweitdoppen (zoogenaamde bakkersgloed), of met goed fijn gestoten coaks (gaskolen). In beide gevallen laat men den afleider eindigen in een vork van drie of meer takken, elk