Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/758

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

Nacht met sterrenregen

 

VALLENDE STERREN EN STERRENREGENS.

 

 

In menigen helderen nacht kunnen wij, wanneer wij den hemel gedurende eenigen tijd gadeslaan, of ook wel zonder dit opzettelijk te doen, een natuurverschijnsel waarnemen, dat, wegens zijne schijnbare afwijking van de gewone orde van dingen, onder de meest zonderlinge en treffende moet gerekend worden. Ik bedoel de zoogenaamde vallende of verschietende sterren. Op eens zien wij eene dier sterren, die wij als beelden der onveranderlijkheid, van regelmaat en orde gewoon zijn aan den hemel te aanschouwen, zich van haar losmaken; zij schijnt te vallen en snelt in ontzettende vaart naar beneden; maar slechts één oogenblik, en zij is spoorloos in het niet verdwenen. Het is niet te verwonderen, dat dit verschijnsel ten allen tijde de aandacht des menschen tot zich getrokken heeft, en men mag het er voor houden, dat dit schijnbare ter nedervallen en verdwijnen van een dier hemelligchamen, die wij in onverstoorbare majesteit aan het gewelf des hemels zien schitteren, menig onbestemd