Pagina:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu/760

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 340 —

de aandachtige en opzettelijke beschouwing der menschen uitmaakte, dan is het niet te verwonderen, dat men reeds bij de vroegste schrijvers van haar vindt gewag gemaakt. Wij vinden echter niet alleen van de gewone, zoogenaamde sporadische vallende sterren, maar ook van die sterrenregens, waarvan ik zoo even sprak, bij de geschiedschrijvers gevallen aangeteekend. Daartoe behoort menige geschiedenis van van den hemel gevallen vuur, dat van sterren, die hare loopbaan verlieten en op aarde vielen, vaak in zoo groot aantal, dat de berigtgevers de sterkste beelden gebruiken om daarvan een denkbeeld te geven. "Zoo zagen," zegt een Fransch kronijkschrijver, "ontelbare oogen in Frankrijk op den 25sten Augustus 1095 de sterren zoo digt van den hemel vallen, dat men ze voor hagel had kunnen houden, indien ze geen licht gegeven hadden." Een Arabisch geschiedschrijver, sprekende van eenen sterrenregen in den nacht van den 19den October 1202, zegt daarvan, "dat de sterren nedervielen als sprinkhanen'" — een krachtig beeld in den mond van den Oosterling, wien daarbij de zwermen van millioenen en millioenen sprinkhanen voor den geest stonden, die, waar zij zich nederlaten, binnen weinige uren de hoop des landmans onherstelbaar verwoesten. Soms zag het bijgeloof dier vroegere eeuwen in zulke natuurverschijnselen wonderteekenen, die de aanschouwers met schrik en angst vervulden voor de gebeurtenissen, die zij geacht werden te voorspellen. Zoo werd de zoo even aangevoerde groote sterrenregen in Frankrijk beschouwd als eene voorbeduiding van de groote bewegingen in de Christenheid, de kruistogten, die daarop gevolgd zijn.

De eerste groote sterrenregen, die in den nieuweren tijd de aandacht trok, en waarvan de waarneming eenige vrucht heeft opgeleverd, viel voor op den 13den November 1799, in Amerika, en was zigtbaar over eene zeer groote uitgestrektheid van dat werelddeel, te weten, van den æquator tot in Groenland, en tusschen 46° en 82° L. Hij werd naar gelijktijdige waarnemingen beschreven door v. humboldt, die zich toen met bonplandin Cumana bevond,—door eenen agent der Vereenigde Staten, ellicott, die hem waarnam op zee tusschen kaap Florida en de West-Indische eilanden,—en door de Moravische zendelingen te Neu-Hernuhutt in Groenland. "Dui-