Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/234

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 220 —

beproefd te hebben, vermoeden zoude, en, na een weinig oefening, zal het gebruik van zulk een voetje, meer dan dat van onvergelijkelijk kostbaarder metalen voeten, behagen. Heeft men in de lat b b eene spits toeloopende gleuf gemaakt, zoo moet de kijker daarin altijd volkomen sluiten. Ouder het dunnere gedeelte van den kijker kan men een paar stukjes hout brengen, om hem, als de gleuf overal even wijd is, niet scheef op de lat te bevestigen. Het best is dat de kijker alleen aan twee plaatsen op de lat steunt, en juist aan die plaatsen moet men de banden aanleggen, zoo men de buis des kijkers, door het vastbinden, niet krom wil trekken. Zulke voetjes zijn door den schrijnwerker a.l. trap te Leiden, reeds in menigte, voor den prijs van 2 guldens 50 cents gemaakt. Zij kunnen, naar de hier gegevene afbeelding, voor dien prijs, ook door elken anderen schrijnwerker gemaakt worden, en zij worden, op verlangen, ook door den Heer kipp te Delft geleverd.

Als men een hemellicht bij zijne gestadige beweging gedurende eenigen tijd naauwkeurig in het midden van het veld des kijkers Fig. 7wil houden, om het zoo scherp mogelijk waar te nemen, is het zekerlijk aangenamer dat men den kijker, door middel van schroeven, eene fijne en zachte beweging kan geven, dan dat men dien, onmiddellijk met de hand, en altijd in meerdere of mindere mate bij rukken, verzetten moet. Men is gewoon alleen aan de groote kijkers voeten met schroef beweging te geven, en die voeten op een en zeer hoogen prijs te stellen, maar ook het gebruik van een' kleinen kijker kan, door eene schroef beweging, zeer aanmerkelijk worden verligt en ver-