Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/247

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 233 —

Het zal wel aan geene bedenking onderworpen zijn, dat de ontstane luchtgolven, tot de voortschrijding naar plaatsen, die op een' afstand van de geluidsbron liggen, tijd noodig hebben. Gedurende eene seconde, heeft de eerst ontstane golf reeds tot op 330 ellen afstands hare verkregene beweging aan de andere luchtdeelen overgebragt. Men drukt deze waarheid aldus uit: het geluid legt in elke seconde een' weg van 330 ellen af. Daarom zien wij op een grooten afstand den bijl of hamer van den arbeider vroeger nedervallen, en ontdekken het vuur van het losbrandend geschut of het licht van den bliksemstraal eerder, dan wij den slag, den knal of den donder hooren. De luchtgolven hadden namelijk tijd noodig, om van den hamer, van het kanon of van de onweerswolk zich tot ons oor over te planten. Het oog werd er door het licht vroeger van onderrigt, dan het oor door het geluid. Wij zullen aanstonds daarvan de reden ontwikkelen.

Misschien bestaat er bij enkelen onzer lezers of lezeressen nog eenige twijfel, ten aanzien van het al of niet aanwezig zijn der geluidsgolven. Mogt dit het geval zijn, men legge dan eene viool, die met eene forte-piano gelijk gestemd is, in de nabijheid van deze laatste, zette de piano open, en doe er een toon sterk op aanslaan, die ook door een der vier vioolsnaren, in haren natuurlijken, vrijen toestand, bij bestrijking gegeven wordt. Spoedig zal men de overtuiging erlangen, dat de met dien toon overeenkomende vioolsnaar insgelijks toon geeft, en derhalve medetrilt. Zoo het gehoor ons daarvan niet overtuigen wil, dan kan het onsgezigt, zoo men slechts op het midden der snaar, wier toon met de aangeslagene overeenkomt, een zeer smal, V vormig toegevouwen reepje papier hangt; het papieren ruitertje zal in beweging geraken, zoodra de piano den vereischten toon doet hooren.

De medetrilling geschiedde op de volgende wijze. De eerste luchtgolf, door de trilling der aangeslagene snaar ontstaan, stiet tegen de stil liggende vioolsnaar; deze verkreeg daardoor eene zeer zwakke buiging; zij slingerde nu gelijktijdig met de pianosnaar, door eene kleine ruimte, heen en weder; de tweede golf, die de laatstgenoemde snaar bij eene volgende slingering voortbragt, werd op nieuw op