Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/249

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 235 —

zoo zal het zand van de trillende deelen der plaat opspringen, zich van die plaatsen verwijderen, en op die punten ophoopen, welke in rust zijn of niet trillen; hierdoor ontstaan nu, als door een' tooverslag, de regelmatigste en fraaiste figuren, waarbij het oog met het meeste welgevallen verwijlt. Voor denzelfden toon zijn die figuren altijd dezelfde; men noemt ze klankfiguren. Is het voortgebragte geluid onzuiver, scherp of krassend, dan springt het zand verward op, schikt zich niet regelmatig, maar onbestemd, zonder bepaalde vormen voort te brengen. Ware de plaat zeer veerkrachtig, en werd er in hare nabijheid door een muzijkinstrument een toon voortgebragt, die ook door haar te bestrijken kon verkregen worden, zij zoude dan, even als wij dit bij de gelijk gestemde snaren deden opmerken, medegetrild, en het zand zich tot eene regelmatige figuur gerangschikt hebben. Is nu waarlijk de onderstelling te gewaagd, wanneer wij aannemen, dat het gehoorvlies door de geregelde toonen in eene met de plaat overeenkomstige trilling wordt gebragt, zoodat de trillende of bevende deelen zeer regelmatig zijn verdeeld, en er daardoor een' zekere vorm aan onze gewaarwording wordt gegeven, een vorm, die bij hare stoffelijke voorstelling het oog zou streelen? Het onderwerp verkrijgt in dat opzigt een' onuitputtelijken rijkdom, en eene onweerstaanbare aantrekkelijkheid; maar wij kunnen er hier niet verder in doordringen, want wij hebben nog andere zaken te behandelen.

Bedriegen wij ons niet, dan verlangt de lezer eene nadere uiteenzetting van de gebezigde uitdrukkingen: bij iederen toon behoort eene luchtgolving van eene bepaalde lengte, en verschillende toongevende snaren maken elk een verschillend aantal slingeringen in eene bepaalde tijdruimte. Wij zullen dit verlangen eenigzins trachten te bevredigen, maar de plaats, door dit stuk in te nemen, dwingt ons zeer kort te zijn. Deze kortheid zal ons derhalve slechts uitkomsten doen vermelden, en verpligten om, tegen onze gewoonte aan, de hulpmiddelen stilzwijgend voorbij te gaan, die tot deze uitkomsten hebben geleid.

Door de lengte eener luchtgolf verstaan wij den afstand, die er is, tusschen de eene luchtverdikking of luchtverdunning en de