Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/32

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 18 —

aan den oever den dadelpalm,—b.v. in het voetstuk van het beroemde mosaïek, op hetwelk, naar men meent, alexander en darius voorgesteld zijn. Dikwijls zijn ook die voorstellingen enkel phantasie-beelden, b.v. een laurierboom, die uit een dadelpalm groeit, ja als uitlooper uit zijne wortelen voorkomt,—eene physiologische onmogelijkheid. Dit doelt misschien, gelijk tenore meent, op de zonderlinge gewoonte der Ouden, om de meest verschillende gewassen zoo digt bij elkander te planten, dat zij het aanzien verkregen als of zij slechts ééne plant uitmaakten.

Tot de boomen, die thans veel bijdragen om de Italiaansche landschappen hun eigenaardig karakter te geven, behooren de pijnboom en de cypres. Beiden waren bij de Ouden aanwezig; daarvan getuigen de schrijvers, en ook de afbeeldingen in Pompeji, want de pijnappel wordt meermalen afgebeeld gezien; te Herculanum heeft men ook verkoolde pijnkernen gevonden. In de landschappen, die de wanden der kamers van de Pompejanen versierden, vindt men den cypres zeer dikwijls voorgesteld, en somtijds in vereeniging met den pijnboom. Eene derde soort van naaldboom, die aan de landen rondom de Middellandsche zee eigen is, de Aleppische den, vindt men ook te Pompeji afgebeeld.

Dit is mede het geval met den oleander, die thans de oevers der rivieren versiert, en met het klimop, dat muren en boomstammen bekleedt. Daarentegen zijn er twee gewassen, die heden ten dage eene beduidende rol in de Italiaansche landschappen spelen, maar die oudtijds niet in Italië groeiden. De zoogenaamde aloë, beter agave, die door hare groote, vleezige bladeren, en haren hoogen, kandelabervormigen bloemsteng, bij de landschapschilders zoo geliefd geworden is, en die men overal rondom de Middellandsche zee, zoowel aangebouwd als verwilderd, aantreft, is men aan Amerika verschuldigd, en zij kon dus den Pompejanen niet bekend zijn. De Indische vijg, uit de groep der cactusplanten, die in het oog loopt door haren bijzonderen vorm, hoofdzakelijk door hare platgedrukte bladvormige takken, eene plant, die thans in de landen aan de Middellandsche zee even algemeen is als de aloë, en even als deze verwilderd wordt aangetroffen, is ook uit Ame-