Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/397

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

BARNSTEEN.

 

 

Op het museum voor Natuurlijke Historie te Emden, wordt een overgroot aantal zeldzame en kostbare stukken barnsteen bewaard. Het grootste daarvan weegt 2 (oude) ponden en 28 lood en is in het jaar 1842 gevonden op het eiland Juist, niet ver van Nörderney aan de kust van Oost-Friesland gelegen (Agronomische Zeitung 1851, p. 1211).—Men weet, dat barnsteen is de hars van eene voorwereldlijke soort van Den of Pijnboom (Pinites succinifer). Men verklaart hieruit, waarom men niet zelden insekten of overblijfsels daarvan in den barnsteen aantreft. Die insekten toch werden door deze hars, toen zij nog vloeibaar was, omsloten en bleven er natuurlijk in, toen die hars tot barnsteen verhardde. Vandaar ook de ongelijkheid van den barnsteen, die dan eens geel en bijna geheel doorschijnend, dan weder onzuiverder, meer bruinachtig en ondoorschijnend is, even als men ook hars vindt van onderscheidene kleuren en meerderen of minderen graad van zuiverheid.

In het Noorden van Oost-Pruissen vindt men den barnsteen in uitgebreide lagen, dikwijls nog te gelijk met het hout en de vruchten der dennensoort, waaruit hij ontstaan is. Die lagen strekken zich ook gedeeltelijk onder de zee uit, door welker golven zij dikwijls worden opgewoeld en dan hier en daar aan de kusten der Noordzee komen aandrijven. Ik bezit daarvan vrij groote stukken, aan de kust van ons Nederlandsch eiland Ameland gevonden.

v. Hl.