Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/399

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 385 —

niet gebleken, dat er op dat tijdstip eenige vijver droog geworden is, en toch kent men geene andere oorzaak, waaraan het gezamenlijk vertrek in eene bepaalde rigting van zoovele insekten, wier levenswijs hen aan het water bindt, zoude kunnen worden toegeschreven. De geheele bevolking dier streken heeft dit voorbij trekken waargenomen, en is getroffen geweest over de regelmatigheid in den voortgang en over de orde in het vliegen dezer Waterjuffers, die geen hoofd schenen te volgen, maar in eene volkomene stilte hunne reis voortzetten, terwijl de sprinkhanen daarentegen op hunne verhuistogten geruisch maken."

Hg. 
 

 

ROOS VAN JERICHO.

 

 

Deze plant is algemeen in Palestina. Zij is bij de kruidkundigen als Anastatica hierochuntica, onder de kruisbloemen (Cruciferae), bekend. In het Nederduitsch en in natuurkundige verzamelingen draagt zij den naam van Roos van Jericho, eenen ongepasten naam, daar zij volstrekt geene overeenkomst met eene roos vertoont. Het is eene kleine struik of half-heester (suffritex) met kleine graauwachtige bladen, korte, stijve en kromme takken, welke laatste, tijdens hunnen groei, zich straalsgewijze over den grond uitbreiden. Zij heeft kleine bloemen, op die van de gewone radijs gelijkende, en sterft na de rijpwording van het zaad.

Het merkwaardigste van dit gewas is de eigenaardige verandering zijner gedaante, naarmate van de droogte of vochtigheidstoestand van de lucht. Na zijnen dood toch krommen zijne takken zich naar boven en trekken zich te zamen tot eenen nagenoeg ronden