Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/421

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 11 —

eene zelfs 817 vierkante geogr. mijlen bedraagt, dat is meer dan 1⅓ maal de oppervlakte van geheel Nederland. Op 't midden nagenoeg der maanschijf komen drie der grootste voor, aan elkander grenzende. Ringbergen met en zonder centraalbergen
Ringbergen met en zonder centraalbergen
Dikwerf zijn de kringvormige walbergen, welke deze groote vlakten omgeven, verbroken door kleinere meer regelmatig cirkelronde bergvormen, waarvan de grootere ringbergen, de kleinere kraters genoemd worden, en die door hare plaatsing ten opzigte der walvlakten haren lateren oorsprong verraden. De wanden dezer ringbergen, waarvan de grootste eene inwendige oppervlakte bezitten van 80 vierkante geogr. mijlen (de grootte der provincie Noord-Brabant) zijn veelal duizende voeten hoog en vooral aan de binnenzijde zeer steil. Zelden is de ingeslotene ruimte vlak, doorgaans tot op eene groote diepte kogel- of bekervormig uitgehold; in 't midden verheffen zich dikwerf een of meerdere centraal-bergen, die echter doorgaans de hoogte des randbergs niet bereiken.

Bergrug en kraters
a Bergrug door een krater afgebroken.—b d Afzonderlijk staande kraters.—c e Gegroepeerde en elkanders randen afbrekende kraters.
Van de ontelbare menigte ringvormige bergen van alle grootte, welke de maan allerwege, doch vooral in 't zuidelijk halfrond, bedekken, is nog slechts een zeer klein gedeelte ten aanzien van de horizontale middellijn gemeten, en gelijk natuurlijk is, slechts de grootste.

Men treft ook cirkelvormige diepten aan, die door geen uitstekenden rand omgeven zijn. Eindelijk levert de maanoppervlakte nog twee merkwaardige formatiën op, waarvan ons op aarde niets dergelijks bekend is, de zoogenaamde groeven en de lichtstrepen. De eerstgemelde zijn smalle, diepe, regtlijnige spleten, van 2 à 3 tot 25 à 30 geogr. mijlen lengte, op eene breedte van 1500 tot 12000 voeten. Er