Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/463

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 53 —

wijl de geheele bodem uit onbedekt spinsel moest bestaan (fig. 20 c c'). Daarenboven hinderde in dit geval de steel d van dit eenigzins schildvormig blad het spinnen van een regelmatigen blinden zak, zoodat deze eenzijdig (bij c') werd. Het mastje en de sluiting a zijn zeer zuiver gevormd.

Van dit nestje valt nog eene belangrijke bijzonderheid te vermelden. Het is gemaakt door een paar, hetwelk vroeger ook reeds gesponnen had. De paren namelijk, welke nesten bij mij gevormd hadden, werden in een afzonderlijk glas bewaard, waarineen plantje van de Vorschbeet en een Wilgenblad dreef. In dit glas vond ik het voltooide nestje 's morgens van d. 25 Junij 1.1. Door een segment, in de rigting van x x, fig. 19, weg te nemen, overtuigde ik mij dat er in het nest eitjes gelegd waren.

Ik ben gelukkig genoeg geweest het maken van de nestjes meermalen te hebben waargenomen bij voorwerpen, die in glazen met water, bladen of plantjes bewaard en gevoed werden. De hoofdzaken zijn de volgende.

Het nestje wordt eigenlijk alléén door het wijfje gesponnen, maar het mannetje bewijst gedurende het geheele werk, mag ik mij zoo uitdrukken, eene mechanische hulp. Voor het werk aanvangt plaatst zich het mannetje op den rug van het wijfje, en blijft tot eenigen tijd na de voltooijing onbewegelijk én onwerkzaam zitten.

Is het blad, hetzij het vrij dreef of eerst afgebeten moest worden, gekozen, dan is het eerste werk het buigen of krommen er van. Dit gaat niet zonder moeite en mislukt soms door te groote breedte of lengte of stijfheid van het blad. Moeijelijker is het buigen, als het beneden vlak van de bladschijf boven drijft; men vindt dan ook zeldzamer nestjes met evengenoemde vlakte buitenwaarts gekeerd. Fig. 22.

Het paar plaatst zich aan den benedenkant van het drijvend blad, zoodat het er, in het water, aan schijnt te hangen. Het wijfje zet de nageltjes van de voor- en achterpooten op den rand van het bovenvlak des blads, de middelste pooten op de benedenvlakte. Door drukking en toenadering van de uiterste pooten wordt nu het blad over de lengte-as van het diertje gebogen. Intusschen is deze bogt