Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/499

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 89 —

men (Radius 13 par. zoll); bij de tweede grootte van 28½ Ned. duimen (Radius 10½ par. zoll); bij de derde grootte van 23 Ned. duimen (Radiuspar. zoll). De bovengemelde prijs is die der eerste grootte van het werktuig. De tweede grootte is omtrent éénen, de derde grootte omtrent twee guldens goedkooper. Aan werktuigen van de tweede en derde grootte wordt het hemelplein niet toegevoegd. Ik zoude iedereen, die het werktuig van eble wenscht te bezitten, den raad geven om over een paar guldens heen te stappen en het in zijne grootste afmetingen te ontbieden.

Men zal verlangen, door de mededeeling van eenige waarnemingen, met de werktuigen van seiler en eble volbragt, in staat gesteld te worden den graad van naauwkeurigheid te beoordeelen voor welken zij vatbaar zijn. Alvorens tot die mededeeling overtegaan, moet ik mij echter nog een paar opmerkingen veroorlooven. Ik heb het werktuig van seiler zeer beschadigd ontvangen, hoezeer het in eene kist was ingepakt, en ofschoon ik het zoo goed doenlijk heb hersteld, vrees ik toch dat het door die beschadiging iets van zijne naauwkeurigheid verloren zal hebben. Mijne waarnemingen met dat werktuig zijn alle met eenige overhaasting en onder vrij ongunstige of hoogst ongunstige omstandigheden volbragt. De uurlijnen op den beweegbaren strook gelden alleen voor volle vijftallen van minuten en de onderdeden van elk vijftal minuten kunnen alleen door schatting worden bepaald. Waar de ruimte, die zulk een vijftal minuten voorstelt het grootst is, bedraagt zij geene volle 5 Ned. strepen. Zij wordt kleiner naarmate het uur dat men bepaalt digter bij den middag valt, en twee uren voor en na den middag bedraagt zij naauwelijks 2 Ned. strepen. Hieruit blijkt, dat de minste fout in de bearbeiding van het werktuig, het minste ongelijkmatig rekken van het papier bij het opplakken en de minste onoplettendheid in het stellen en aflezen van het werktuig ligtelijk eene fout van eene minuut kan veroorzaken, en dat zelfs een werktuig van zoo groote afmetingen, als zijne hoofdbestanddeelen hout en papier zijn, niet bestemd kan wezen om den tijd op eenige secunden na te bepalen. Ik heb echter bij mijne waarnemingen, zoo goed doenlijk, secunden in acht genomen. Ik bediende mij van eenen tijdmeter, wiens ver-