Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/516

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

— 106 —

Plinius onder anderen schrijft, dat wanneer de groote zuigvisch zich eenmaal goed had gehecht aan het roer eener oorlogsgalei, 400 roeijers niet in staat waren, die van hare plaats te bewegen! Schepen zelfs, die in volle vaart verkeerden, konden er eensklaps door worden tegengehouden! Nog in onzen tijd draagt de Remora deswegens, bij de Duitsche zoölogen, den naam van Schiffs-halter. Voor die verhalen echter staat niemand meer in. Men brengt ze bepaald tot de fabelen der Natuurlijke Geschiedenis. Grooter is de waarschijnlijkheid der bewering, dat de zuigvisschen zich deze hunne eigenschap tot eigen voordeel ten nutte maken, om zich, aan de kiel van schepen gehecht, of zelfs aan den buik van grootere visschen, gemakkelijk van plaats te doen veranderen. Doch ook het vernuft van den mensch zou daarvan partij weten te trekken. Commerson zag visschers, op de kust van Mozambique, andere visschen en zeeschildpadden vangen, met behulp van Remora's. Zij laten die daartoe rondzwemmen aan een lang touw, in het bereik der begeerde voorwerpen, en trekken daarna deze, met haren, doch niet voor haar zelve gemaakten buit, naar zich toe, een buit, waarop men het Sic vos non vobis van virgilius zeer geschikt zou kunnen toepassen.

De inrigting der tanden bij de visschen,—ook van veel gewigt geworden voor het bepalen der geslachten,—is zeer uiteenloopend. Verhemelte van de zeewolf
anarrhinas lupus, (zeewolf.)(verhemelte- en keel-tanden)
Men ziet ze niet alleen aan de kaken, maar er zijn er velen, die ze ook ingeplant hebben op het verhemelte, op de tong, in de keel zelfs, waarvan de monsterachtige zeewolf een der meest algemeen bekende voorbeelden oplevert. Zij ontbreken daarentegen bij anderen, zooals bij de steursoorten en de karperachtige visschen. Soms zijn ze zeer fijn en dun, zelfs zacht, als borstels of haren, gelijk bij de klipvisschen. Krachtig integendeel, zelfs in zes en meer rijen geplaatst, plat, of puntig, driehoekig, gezaagd of getand vindt men ze inzonderheid bij de familie der haaijen ontwikkeld. Bij de groote soorten van dezen ziet men er soms, die in de bovenkaak