Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/525

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 115 —

volgen en te overvleugelen. Dit geluid wordt nu eens met brommen, dan weer met fluiten vergeleken; en om het reeds uit de verte te kunnen onderscheiden, plaatsen de visschers zich met het oor op de verschansing van hun vaartuig. Een grooter geslacht uit dezelfde familie is het genus Pogonias, waarvan soorten 3 voeten lang en 50 oude ponden zwaar kunnen worden,[1] Deze visschen houden zich op in de stille Zuidzee, in de Chineesche zee, enz. en zwemmen ook in troepen. Zij doen insgelijks een bijzonder geluid hooren, doch krachtiger nog en op eene andere wijze. Zij schijnen zich (op de eene of andere wijze, even als de reeds genoemde zuigvisschen) aan de kielen of zijden en der schepen vast te zetten, en dan, zoowel boven als onder water, een vervaarlijk geraas te kunnen maken. In vele talen zijn ze zelfs deswegens beroemd: bij ons als trommelvisschen, bij de Franschen als tambours, bij de Engelschen en Amerikanen als drums of grunts. Vele zee-officieren en reizigers teekenden hunne waarnemingen dienaangaande met verbazing op, en ook a. von humboldt was er eens getuige van. Soms is het slechts eene soort van geborrel, alsof water hard kookt. Andere malen echter is het zdó hevig, dat het schip er letterlijk van dreunt. "Bij het jonge scheepsvolk, — zegt valenciennes,—aan hetwelk dit verschijnsel nog vreemd is, rijst dan het haar soms te berge, wanneer het des nachts daardoor onverwachts wordt gewekt. En zelfs de bevaren matroos is zijn eersten schrik somtijds niet meester, in de gedachte aan brandingsgeluid, aan lekken, of blinde klippen." Het wordt dan ook beschreven als hoort men, bij dit gedreun, een onderaardsch of liever onderzeesch concert van klokken, orgels, harpen, enz., terwijl echter de trommel daarbij steeds den boventoon houdt. Op welke wijze ontstaat dit geluid? Wij hebben immers hierboven herinnerd, dat de visschen geene luchtpijp hebben, geene longen en eene nagenoeg onbewegelijke tong. Hoe het tot stand komt, weet men nog niet regt, doch wel, dat bij alle geluidgevende visschen de oorzaak niet


  1. In het algemeen zij hier eens vooral gezegd, dat wanneer ik alleen van ponden spreek, steeds oude worden bedoeld. Bij de voeten heb ik ook de Rijnlandsche, Parijsche, Engelsche niet onderscheiden.