Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/550

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 140 —

sche établissement der wereld bezit. Inderdaad, de naam model is de meest gepaste, die men aan de reliëfs, door den stereoskoop verkregen, geven kan. Immers de verkleinde schaal, volgens welke de grootste gebouwen, en vrij uitgebreide stads- of landgezigten op het vlak der platen geprojecteerd zijn, staat toe, dat wij het geheel met een oogopslag, en zeer van nabij, kunnen overzien, eveneens als of er een model van de natuurlijke ligchamen in onze nabijheid was geplaatst.

Indien men zich bezig houdt met het maken van lichtbeelden voor den stereoskoop, leeren wij, bij eene aandachtige waarneming, al spoedig het belangrijk verschijnsel kennen, dat de beelden, die door een en hetzelfde ligchaam op het netvlies der beide oogen worden geprojecteerd, niet juist even groot behoeven te zijn, zoo wij ons van dat ligchaam een regt begrip zullen vormen. De beide daguerreotypen kunnen vrij wat in grootte verschillen, zonder het zamenvallen der beelden te storen. Dit lokt ongetwijfeld de vraag uit, of zich die omstandigheid ook wel eens in de natuur voordoet. Wij kunnen hierop bevestigend antwoorden. Alleen wanneer wij een voorwerp, dat regt voor ons ligt, bezien, worden de op het netvlies geprojecteerde beelden even groot, maar rigten wij, zonder het hoofd om te draaijen, de oogen op een ligchaam, dat regts of links van ons ligt, dan moet het beeld, dat in het oog ontstaat, hetwelk het verste van het ligchaam is verwijderd, het kleinste zijn. Om hiervan overtuigd te worden, plaatse men zich zoodanig, dat een goed verlicht voorwerp, (het best laat zich hiertoe de stolp aanwenden, die de vlam eener lamp omringt, of ook weieene schilderij, die aan den wand hangt) ter zijde van ons ligt; indien men nu, zonder het hoofd om te wenden, scheel ziet, zal men twee beelden van de stolp of de schilderij ontdekken, die zeer in grootte verschillen; het kleinste beeld zal in dat oog ontstaan, dat het verste van het voorwerp ligt. Deze bijzonderheid doet, onder meer anderen, de hoop ontstaan, dat de stereoskoop het middel kan worden, om nog meer licht te verspreiden aangaande de wetten van het zien met twee oogen. De bedekking, die verschillende kleuren bij het stereoskopisch zien ondergaan, moge, hopen wij, ook eenmaal