Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/721

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

— 311 —

de ware toedragt dier beweging door eeuwige wetten vastgesteld. Toen bleek het dat de ouden , niet slechts in den stilstand der aarde, maar ook in de natuur van de beweging der planeten geheel hadden misgetast. Toen openbaarden zich drie eenvoudige wetten , aan welke de Almagt de beweging vau alle ligchamen des zonnestelsels, en daarmede ook die der aarde, heeft gebonden, en uit die eenvoudige wetten werden de schijnbare bewegingen der planeten en al hare onregelmatigheden, in veel talrijker scha- keringen nog, dan men vóór den tijd van tycho bij haar kon veron- derstellen , met eene treffende juistheid afgeleid. Zoo vele duizendtallen van feiten als tycho waarnemingen had volbragt, traden op als getuigen voor de gewigtige waarheden, door keppler in zijne wet- ten verkondigd, en voor de sterrekunde was een dageraad opge- gaan , die een' heerlijken dag beloofde.

De sterrekunde bezit, boven andere wetenschappen, het onschat- baar voorregt, dat hare voortbrengselen in de verschijnselen der natuur een' onfeilbaren toetssteen vinden , en dat de staat harer vorderingen zich, in de meerdere of mindere overeenstemming tus- schen hare voorspellingen en de vervulling van deze, moet open- baren. De schijnbare beweging der planeten , die de vroegere ster- rekundigen radeloos maakte, werd, naar de wetten van keppler, door eene, wel diep verborgene, maar toch hoogst eenvoudige verordening der natuur te weeg gebragt; maar zijn die wetten in- derdaad eene waarheid, dan moet dit daaruit blijken, dat zij van de zamengestelde schijnbare bewegingen der planeten ook eene vol- komene rekenschap kunnen afleggen. Dan moeten de vroeger waar- genomene plaatsen der planeten zameutreflen met die, welke uit deze wetten worden afgeleid; dan moeten de planeten zich toekom- stig daar vertoonen , waar hare plaats, door de berekening, wordt aangewezen, en de verschijnselen des hemels, die door de schijnbare plaatsen der hemellichten worden bepaald, moeten zich, op den tijd en de wijze hunner voorspelling, openbaren. Vóór den tijd van keppler was de onmogelijkheid om aan deze eischen van eene welgevestigde sterrekunde te voldoen, maar al te duidelijk gebleken. Geen ligchaam van het zonnestelsel verscheen nog aan het punt