Pagina:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu/82

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 68 —

Coromandel sprekende, dat het "draaiwinden" zijn, "wier middellijn niet meer dan dertig mijlen kan zijn." Horsburgh zegt in zijn Zeemans-Gids (in het begin dezer eeuw in het licht gekomen), dat stormen, bepaaldelijk die in de Chineesche zee, ronddraaijen. Romme beschrijft in een werk, dat van 1806 dagteekent, de Tyfons in de Chineesche zee en omstreeks de golf van Tonkin als draaikringen, en van die in het kanaal van Mozambique zegt hij, dat aldaar gedurende den Noordoost Moeson de geweldigste stormen voorvallen, waarbij de winden in draaiwinden veranderen, met eene hooge zee, dikke lucht en hevigen regen. Ook de orkanen in de golf van Mexico worden door hem draaiwinden genoemd. Benjamin franklin meldt in zijne brieven, dat hij in de waarneming eener maansverduistering te Philadelphia door eenen noordoostelijken storm werd verhinderd, welke 's avonds te 7 ure voorviel, dewijl de maan voor hem door wolken werd bedekt. Eenige dagen daarna was hij zeer verwonderd toen hij vernam, dat men te Boston, meer dan 200 Eng. mijlen ten noord-oosten van Philadelphia gelegen, eerst te 11 ure 's avonds den storm had waargenomen. Door meerdere dergelijke waarnemingen kwam hij tot het besluit, dat de noordoostelijke stormen op de Noord-Amerikaansche kust uit het Zuidwesten komen.

Uit dit een en ander zien wij, dat men reeds voor lang op het punt is geweest, om den aard der stormen te ontdekken, doch wij zullen zien, dat de ontraadseling van de voornaamste omstandigheden, die hen vergezellen, eerst sedert de laatste jaren dagteekent.

Op Kersavond van het jaar 1821 daalde de barometer, na aanhoudend stormachtig weder, in Europa bij hevige stormen, tot eene ongewone laagte, zoodat dit algemeen de opmerkzaamheid trok en velen daarvan aanteekeningen hielden. Brandes plaatste daarop eene uitnoodiging in vele dagbladen, om de gedane waarnemingen aan hem te doen toekomen, en deelde de uitkomst zijner onderzoekingen mede in zijn academisch proefschrift, over de plotselinge verminderingen in de drukking des dampkrings waargenomen. Brandes leidde uit die waarneming af, dat er zich bij de stormen eene nog onbekende oorzaak van vermindering der drukking des dampkrings over de aarde had voortgeplant, en dat de lucht van alle zijden naar die