Naar inhoud springen

Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/436

Uit Wikisource
Deze pagina is gevalideerd
14
NATUURHISTORISCHE SCHETS

Garonne in Frankrijk, en de Rhijn in Duitschland en bij ons vloeijen. Daarbij is het hoogst opmerkelijk, hoedanig deze spin als het ware overal de cultuur van den wijnstok vergezelt. Nog is er één geslacht bekend, het zonderlinge geslacht Artema, dat als bij uitsluiting slechts Ile de France schijnt te bewonen; terwijl het geslacht Dyction, althans tot voor eenige jaren, alleen in Egypte werd ontmoet. Andere daarentegen zijn nagenoeg over de geheele wereld verspreid. Zoo komt bijv. de gewone huisspin (ik moet echter ter loops opmerken, dat er verscheidene spinsoorten in de huizen worden aangetroffen) door geheel Europa voor. Ten deze moet eindelijk nog worden aangestipt, dat bijna al de spingeslachten van de zoogenaamde "Oude wereld" insgelijks de "Nieuwe wereld" bewonen, alhoewel met sommige groote verschillen naar de soorten. Alleen het dusgenoemde "Vijfde" werelddeel, maakt hier weder zijne gewone zoölogische uitzondering, en bezit een aantal aan dit werelddeel alleen toebehoorende en veeltijds zeer eigenaardige geslachten.

Komen er werkelijk ook spinnen in de lucht voor? Met andere woorden, bestaan er "vliegende" spinnen? Men heeft daar veel van gesproken, en er is wel iets van aan, indien men zich maar niet voorstelt, dat sommigen met ware vleugels zijn voorzien. Deze worden bij geen enkel geslacht aangetroffen; van daar werden de spinnen, tot dus verre te regt, vanouds, onder den naam van Aptera, dat is niet-vleugeligen, begroet. Eene oude spreuk in het Oosten gewaagde evenwel van spinnen, die zich in vliegen konden veranderen. De oorsprong hiervan lag in eene valsche waarneming. Er zijn enkele vliegende insekten, onder anderen Pimpla ovivora, welke in sommige groote spinneneijeren of cocons een gaatje boren en dan hunne eigene eijeren daarin nederleggen. Intusschen is wezenlijk en herhaalde malen waargenomen, dat er zeer kleine spinnen zijn, die, vooral in hare jeugd, zich met hare ragdraden tot eene aanzienlijke hoogte en op verre afstanden in de lucht kunnen verheffen. De nieuport gaf daarvan te Brussel in 1818 eene der beste beschrijvingen. Hij was ooggetuige, hoe eene kleine spin, na eenige bewegingen in de rondte, eveneens, zegt hij, als een matroos, die een kabeltouw oprolt,