Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/446

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

IETS OVER DEN PIETERMAN

DOOR

T. C. Winkler

 

 

Het is eene opmerking die wij dagelijks in de gelegenheid zijn te maken, dat gewoonlijk datgene wat groot, sterk, schitterend, indrukwekkend is, al is het iets uit den vreemde, verreweg meer bekend is, dan zulke zaken, die of door zich zelve of door hare bedrijvers minder uitkomend, minder geruchtmakend, minder schitterend zijn, al hebben wij ze in onze nabijheid. Is dit in het algemeen waar, in het bijzonder is zulks ook het geval met vele voorwerpen der natuurlijke historie; ook hier is ons het groote en vreemde bekender dan het kleine en eigene. Daar is b.v. wel bijna niemand, die niet in vele bijzonderheden bekend is met het grootste aller roofdieren, met den leeuw. Men kent zijne levenswijze, weet eene beschrijving te geven van zijnen bouw en kleur en manen en staart, rilt op de gedachte dat een martin of van ambergh de stoutheid heeft zulk een woesteling te naderen en te kastijden; men verhaalt ter goeder trouw van zijne dankbaarheid en voert als bewijs aan de fabel van androkles; men spreekt van zijne edelmoedigheid als of men er van overtuigd was. Vraag echter dienzelfden verhaler naar de gewone veldmuis; niettegenstaande er duizende veldmuizen tegen éénen leeuw op de wereld zijn, niettegenstaande hij honderde malen die beestjes over zijn pad heeft zien vlieden en hij misschien slechts eens in zijn leven een leeuw gezien heeft, hij weet er zoo goed als niets van, hij weet u niet te zeggen hoe zij loopgraven en voorraadschuren maken, hoevele malen en hoeveel jongen zij krijgen in een jaar, hoe het komt dat zij zoo menigvuldig zijn na een winter zonder sneeuw; hij zou misschien denken, dat juist de sneeuw, die de aarde inden winter warm houdt, ook een beveiligingsmiddel tegen de koude voor den veldmuis was; doch dat daarentegen de koude hen niet doet sterven, maar wel de smeltende sneeuw hunne holen met water vult en ze bij duizenden doet verdrinken, zie dat weet hij niet.

Bijna iedereen kent den struisvogel, heeft met verwondering hier