Pagina:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu/86

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

BIJZONDERE IJSBEERENJAGT.

 

 

Seeman deelt, in zijne Reise um die Welt, II 24, eene vernuftige wijze mede, waarvan de Eskimo's zich bedienen, om den IJsbeer te vangen, ten einde zijne huid als pels te kunnen gebruiken. Zij nemen een sterk stuk balein, omstreeks 4 duimen breed en 2 voet lang, hetwelk wordt omgebogen, zoodat de uiteinden elkaar raken. Deze balein wordt gewikkeld in een stuk robben vet, hetwelk men in de koude laat verharden. Men trekt ter jagt, gewapend met pijl, boog en den bevroren brok. Zoodra men een beer ontmoet, schiet iemand een pijl op hem af. De beer duldt deze beleediging niet, maar vervolgt de jagers, die op hun vlugt den verraderlijken vetklomp laten vallen. Het dier vindt het beetje en slokt het door. Weldra laat het spek in de warme maag los; de balein, van haar band bevrijd, ontspant zich met al hare veerkracht en beleedigt het ingewand derwijze, dat het leven van den beer er meê gemoeid is.

Het beginsel, waarop deze wijze van vangst berust, zal welligt algemeener kunnen worden toegepast bij het verdelgen van lastig of schadelijk gedierte. Men zal de balein of ander veerkrachtig ligchaam niet slechts kunnen buigen, maar oprollen, om kleiner omvang te hebben.

 
Cl. M.