Pagina:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu/247

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

DE ARTHRODIEËN,
DIER EN PLANT VEREENIGD,

DOOR

Q.M.R. VER HUELL

 

 

De stof, beschouwd als grondbeginsel van alle wordingen heeft de natuuronderzoekers opgewekt, om te beproeven eenige verschijnsels ontstaande uit de werkingen der onbewerktuigde deeltjes, waaruit zij is te zamen gesteld, te verklaren, wel te verstaan, voor zoo ver die deeltjes zigtbaar zijn, daar de wezenlijkheid alleen hem tot gids moet verstrekken, om de waarheid zijner bevindingen te staven. Die boven alle bevatting kleine atomen, waaruit de vloeistoffen zijn te zamengesteld, kunnen derhalve hier niet in aanmerking komen alhoewel het licht en het water eene groote rol vervullen in de volgende daadzaken, die wij zullen trachten te ontvouwen.

Hier worden die stofdeeltjes bedoeld, die het ongewapend oog ontsnappen, en alleen met dat magtig hulpmiddel, het mikroskoop, bij eene duizendvoudige vergrooting te onderscheiden zijn. Hoe klein zij derhalve ook zijn mogen, schijnen zij toch, in het groote rijk der natuur, de eerste grondbeginsels te zijn van alle bewerktuigde wezens, dat is te zeggen de bouwstoffen, die te zamen en op elkander werken volgens vaste natuurwetten, door eene hoogste wijsheid bevestigd en waaruit alles zich ontwikkelt en voortleeft.

Het mikroskoop met eene duizendvoudige vergrooting brengt ons in dat onzigtbaar Heelal, zegt zeker schrijver, waarvan leeuwenhoek de columbus was, van het ongewisse tot het zekere, van het oogenblik, waarin de onbewerktuigde stofdeeltjes zich vereenigen of ophoopen tot zij de eerste sporen eener organisatie doen blijken, zich meer en meer te zamen verbinden, zich ontwikkelen en eindelijk schepsels voortbrengen tot het dieren- en plantenrijk behoorende, in veelvuldige vormen en met eigenschappen, die de bewonderenswaardigste verschijnsels openbaren.

Alvorens ons met eene der belangrijkste onder deze vormingen bezig te houden, zal het niet overbodig te achten zijn, derzelver oorsprong eenigzins te verklaren.