Naar inhoud springen

Pagina:Amsterdamsche Courant 1758 no 053.pdf/1

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen
Ao. 1758.

AMSTERDAMSE

Word uytgegeeven by
bezyden de Beurs,

No. 53

Donderdagſe Courant.

HENDRIK LINSEN,
den 4 May.

POOLEN PRUYSSEN, &c.

WArſchau den 15 April. Men heeft tyding dat 15000 man Ruſſiſche troupen van het corps dat onder commando van den generaal Czernizew, naar Sileſie gedeſtineerd is, deezer dagen door Willno zyn getrrokken, en den marſch verder naar Grodno hebben genoomen. Voorleede maandag heeft de Waywode van Smolensko, de graaf van Sapieha, de reize naar Petersburg aangenoomen. Donderdag werdt de Turkſche gezant wederom ter gehoor by den Koning toegelaaten, waar in hy niet alleen afſcheid nam maar ook zyne Majt. en de Republyk herhaalde verzeekeringen gaf van de ſtandvaſte vriendſchap van zyn Hof.

Duytsland en d’aengrenzende Ryken.

Haarburg den 22 April. Giſteren zyn de recruten, die alhier voor het corps onder den generaal Scheiter zyn aangeworven, en dewelke uit 400 man zo ruitery als voetvolk beJohann Heinrich von Scheithertaan, naar de armee gezonden. In ons Lazaret bevinden zig nog maar eenige zieke Franſchen, zynde onlangs wederom ruim honderd, die tot gezondheid herſteld waren, naar Vrankryk vertrokken.

Berlyn den 25 April. De capitulatie pointen waar op zig de veſting SCHWEIDNITZ aan onze troupen heeft overgegeeven, zyn de volgende. 1. Word verzogt dat het geheele guarnizoen, zonder eenige uitzondering, eene vrye aftogt zal toegeſtaan worden, en dat ieder battaillon 2 veldſtukken, en behalven dat geſchut nog 2 mortieren, 126 ſchooten voor ieder ſtuk kanon, en 60 voor elk man zo ruitery als voetvolk zal konnen mede neemen. Dat het zelve alle hunne bagagien zal behouden, en dat het geene ’t welk zy niet gevoeglyk mede konnen neemen, hen nagezonden zal worden. Voorts dat de bezetting met vliegend vaandel, ſlaande trom en veldmuzyk mag uittrekken. 2. Dat aan de officieren die niet genoegzaam van paarden voorzien zyn, de benoodigde voorſpan-wagens, tot tranſporteering hunner bagagien, gratis in de eerſte keizerl. koningl. veſting zullen gegeven worden. 3. Dat het guarnizoen door de naaſte weg naar de aangeweeze keizerl. koningl. veſting mag worden geëscorteerd. „Deeze 3 pointen zyn geheellyk afgeſlaagen. Alleenlyk heeft men het guarnizoen vergund om met hun volle geweer en vliegend vaandel uit te trekken en door de koningl. pruiſſiſche armée te marſcheeren, wanneer de manſchap egter het geweer moet overgeeven, en alle de cavallery-paarden met hunne toeruſting en geweer getrouwelyk moeten overhandigen, om in ’t vervolg door de koningl. pruiſſiſche ruitery overgenoomen en naar Breslau vervoerd te konnen worden. De equipagien der officieren van ’t guarnizoen, als mede de knapzakken voor de onder-officieren en gemeenen, worden vrye vervoering toegeſtaan; doch het leeveren van voorſpan-wagens is abſolut geweigerd. 4. Dat de krygskas die zig tot onderhoud der regimenten aldaar bevind, mag worden mede genomen. „Dit is afgeſlaagen„ dewyl alle de keizerl. koningl. kaſſen, benevens de regiments kaſſen aan de Pruiſſiſche commiſſariſſen moeten worden overgeleeverd. 5. Dat men de battaillons en esquadrons, naar den afmarſch, met brood en vourage zal moeten voorzien. „Is toegeſtaan dat men dezelve, in de plaatſen daar zy aankomen, van al het nodige zal bezorgen. 6. Dat men de zieken en gekwetſten zal bezorgen en met al het nodige voorzien, en dat men dezelve, zo dra ze herſteld zullen zyn, behoorlyke paſſen zal geven, en naar hunne reſpeftive regimenten zenden, als mede dat men by hen een officier zal laaten blyven. „Antwoord, voor de gekwetſten zal men vlytig zorge draagen, doch zy blyven alle krygsgevangen, eeven als het geheele guarnizoen. 7. Dat alle de krygsgevangenen, zo voor als by de beleegering gemaakt, ter uitwiſſeling in reekening gebragt, of tegen de geene die van ons guarnizoen in den nagt van den overgang krygsgevangen gemaakt zyn, hoofd voor hoofd zullen overgeleeverd worden. „Dit is afgeſlaagen, moetende zig alle de krygsgevangenen, die zig in Schweidnitz bevinden, des anderendaags ’s morgens ten 8 uuren overgeven, als mede de geene die op hun woord van eer zyn losgelaaten geworden. 8. Dat men aan het guarnizoen 10 bedekte wagens zoude toeſtaan, dewelke op geenerley voorwendſel zouden konnen geviſiteerd worden. „Geheellyk van de hand afgeweezen. 9. Dat de geheele magiſtraat en alle de overige keizerl. bedienden by hunne chargien zouden mogen blyven; doch dat het den geene, die niet wilden continueeren, zoude vryſtaan hunne ampten neder te leggen, en zig met hunne effecten naar elders begeeven. „Rond uit geweigerd, wyl zulks van den Koning afhangkelyk is. 10. Dat de Land-raad, die reeds voor de bezetting der veſting alhier geweeſt is, en niet weg heeft konnen komen, ook vry uittrekken, en zig naar deszelfs landgoederen mag begeeven. „Hier op is geantwoord, dat de Land-raad kan hier blyven, of naar zyne goederen gaan, doch moet alle archiven en andere papieren, zo wel van de ſtad als van de Schweidnitzer Kreitz, getrouwelyk overleeveren. 11. Dat het guarnizoen, van nu af aan, nog 4 dagen hier mag blyven, om zig tot den afmarſch gereed te maaken. „Is beſlooten, dat het guarnizoen den 18 des morgens ten 8 uuren zoude uittrekken. 12. Dat men kort na de geſloote capitulatie eene poort aan de koningl. pruiſſiſche troupen mogte inruimen. „Hier op is geantwoord, dat de Striegauer en Peters poorten nog dezen dag aan de koninglyke pruiſſiſche troupen moeten ingeruimd worden. 13. Dat voor den uittogt van het guarnizoen geen pruiſſiſche troupen in de ſtad zullen mogen gelaaten worden, en dat zy ook niemand van het guarnizoen, op wat wyze het ook zy, zullen mogen inſulteeren. „Antwoord, de Keizerl. Koninglyke troupen zullen niet mishandeld worden. 14. Dat de ſtad by alle deſſelfs privilegien mag blyven, en dat de Catholyke religie als te vooren mooge geoeffend worden. Antwoord, „dit hangd van zyne Majt. den Koning af. 15. Dat de Commandant op zyn woord van eer mag belooven, dat hy alle de magazynen, hoe ook genaamd, als mede alle de mynen der veſting, getrouwelyk zal aanwyzen. „De magazynen en kaſſen moeten heeden en morgen aan het Koningl. commisſariaat overgeleeverd worden. De artillery moet door den Koningl. overſte van Dieskow, benevens alle de teekeningen, plans, Landkaarten en ’t geen tot de fortificatien behoord, zo wel van Schweidnitz, als van andere veſtingen, zo aan de Keizerin of iemand in ’t particulier toebehoorende, aan den overſte ingenieur Balby, overhandigd worden, aan wie men ook alle de mynen &c. zal moeten aanwyzen. 16. Dat het den commandant vry zal ſtaan, kort na de geſloote capitulatie een officier naar zyne excell. den graaf van Daun af te zenden. „Zulks is toegeſtaan. 17 Dat tot ſtandgryping van deeze capitulatie van wederzyde gyzelaars zullen geſteld worden.
Schweidnitz den 16 April 1758.

(Was geteekend)
 
(L. S.)
J. L. GR. VAN THIERHEIM,
Genr. Veldmaarſchalk luit.
BARON KROTTENDORFF,
Opper wagtmeeſter.

De major baron Wallich, blyft volgens het 17 articul, als gyzelaar, buiten, en de major van Emberis by het guarnizoen.

(Was geteekend)
(L. S[.])
VAN TRESKOW.
Generaal-luitent.

NEDERLANDEN.

Rotterdam den eerſten May. Op eergiſteren, zynde de gewoone dag van de verandering der regeering dezer ſtad, zyn Boon-Heeren geworden de heeren Theod. François de Mey, Mr. Herman Vingerhoet, Mr. Dirk Cornels van der Staal, Mr. Johan Wilhem Lormier en Iſaak van Alphen: en uit een overgeleeverde Nominatie zyn door haar Koningl. Hoogh. de Prinſeſſe Gouvernante tot Burgermeeſteren geëligeert de Wel Ed. Gr. Agtb. Heeren Mr. Johannes Meerman, Mr. Abraham Adriaan du Bois, Heere van Molenaarsgraaf, Gieſen en Steenhuizen, Mr. Jean Bichon, Heere van Yſſelmonde, en Abraham Gevers: tot Schepenen, de Wel Ed. Agtb. Heeren Mr. Johan Steenlak, Mr. Pieter van Ryſoort, Hendrik Haasbroek, Jan de Bries, Dr. Cornelius Tobias Snellen, Herman van Coopſtad, en Nicolaas Baartmans: en tot Schepenen Commiſſariſſen, de Wel Ed. Agtb. Heeren Mr. Johan Steenlak, Mr. Pieter van Ryſoort, en Hendrik Haasbroek.

Purmerende den 1 May. Op hooggunſtige recommandatie van haare Kon. Hoogheid, Mevrouwe de Prinſeſſe Gouvernante, is by deeze Ed. Groot Agtb. Vroedſchap tot Raad in dezelve aangeſteld, de Wel-Ed. geſtr. heer Adrianus van der Burgh, præſident ſchepen alhier, in plaats van wylen den Wel-Ed. geſtr. heer Pieter Mauricius, oud præſident burgermeeſter en raad dezer ſtad.

’s Gravenhage den 1 May. De Heeren Staaten van Holland en Weſt-Vriesland zyn deezen avond in hunne logementen aangekomen, om morgen te vergaderen. De volgende Heeren hebben giſteren morgen in de hooge Generaliteits Collegien ſeſſie genomen. In de Staaten Generaal. De Heer O. Z. van Haren, Grietman van Weſtelling-Werf, wegens de provincie Vriesland; de Heer Mr. Hendrik Fredrik Brouwer, Burgermeeſter der ſtad Deventer, en de Heer Mr. Abraham Veſtink, Burgermeeſter der ſtad Campen, wegens de provincie Overyſſel. In den Raad van Staate. De Heer d’Arnoud, wegens de provincie Vriesland. In de Generaliteits Reekenkamer. De Heer Mr. Anthony Pieter vander Lyn, wegens de provincie Holland; de Heer Mr. Hendrik Duikink, Burgermeeſter der ſtad Deventer, wegens de Provincie Overyſſel. Ter zelver tyd hebben in het Collegie van de Ed. Mog. Heeren Gecommitteerde Raaden ſeſſie genomen de Heeren Mr. Guiljelmus van Bleiswyk, Burgermeeſter der ſtad Delft, en de Heer Dr. Gysbert van Peurſum, Burgermeeſter der ſtad Schoonhoven. Insgelyks hebben in de Provinciale Reekenkamer van Holland zitting genomen de Heer Mr. Casper Jacob Ravens, wegens Haarlem; de Heer Mr. J. vander Lely, wegens Delft; de Heer Mr. C. T. van Berkhout, wegens Leyden; de Heer Mr. N. de Fremery, wegens Schoonhoven; Jonkheer J. van Catz, Heer van Coulſter, wegens Alkmaar; de Heer Dr. Joan Reeps, wegens Hoorn, en de Heer Cornelis Neelen, wegens Purmerende. De baron E. J. Lewe, Heer van Aduard, heeft heden wegens de provincie Stad en Landen, in haar Hoog Mog. vergadering ſeſſie genomen, zynde geintroduceert door den baron van Sytſama, Heer van Bellingweer.

Amſterdam den 2 May. Den 26 paſſato zyn nog uit Teſſel gezeilt Tye Fredriksen Hendrik Hendrikſz. na de Ooſtzee; den eerſten dezer zyn binnen gekomen Klaas Wegener uit de Weſtindien, Lars Lund van Gallipoly, Hans Lorentſen van Marſeille, Foppe Cornelis van Dantzig, Siert Luitjes, Hilke Hiddes en Broer Geerts uit Noorwegen; en zyn uitgezeilt Saape Jans na Lisbon, Ade Roos en Cornelis Meynderts na Londen, Sietſe Walles, Auke Tjarhes, Budde Koens en Jarig Andries na Vrankryk; de Wind Noorden. Tot Bourdeaux is gearriveerd Hartman Tymonts, tot Hamburg Corn. Dreves en tot Bremen Dirk Rabbe alle van hier, tot Stettyn H. Nieuwman en C. Redepenning van Koningsbergen, tot Lubek Dan. Tit van Dantzig en aan deze ſtad J. Janſz. van Hamburg.
De actien van de O. I. Comp. doen 416 op May, die van de Weſtindiſche Comp. 27, de Engelſche Bank 122 en 1 half, de O. I. Comp. 147 en 1 quart, de Zuidzee Comp. 105 en 1 half, d’Annuit. 93, dito Nieuwe 92 en 1 half, d’Agio van de Bank 2 en 7 zeſtiende.

Ingevolge appoinctement van de Heeren van de Magiſtraat der ſtad Elburg, van den 14 April 1758, en daar by geaccordeerde drie Publicatien 14 dagen agter een by klokluidinge, en waar van de eerſte op den 15 dezer maand April gedaan is, word genotificeert aan den Houder der Bylbrief, voorts een ieder die vermeend eenig regt te hebben op het verwonnen Schip van Jacob Janſen Slors van Harderwyk, binnen vier weeken na de laatſte Publicatie, zulks aldaar geregtelyk aan Dr. Gysb. Gerh. Sandberg, als volm. van Styntje Corn. Vierhout, zal hebben te denuntieeren, en tegens den eerſten Regtdag preſenteeren in regt daar te doen, met waarſchouwing, ſo iemand binnen gem. tyd het zelve niet en deede, van zyn regt zal verſteken wezen.

Alle de geene die iets te pretendeeren hebben van, of verſchuldigt zyn aan den Boedel van wylen Eliſabeth Huykenhorſt, Wed. Nicolaas Sylvius, laatſt gewoond hebbende en overleeden zynde te Watergang, gelieven ten ſpoedigſten haare pretenſie op te geven ofte betalen aan Jan van der Hosk en Cornelis Gruis, Schout en Secretaris te Landsmeer, of aan Reynier van Kempen, t’Amſt. op de Cingel by de Brouwery de Swaan, in qualiteit als by den E. E. Geregte van Landsmeer voorn. aangeſteld zynde tot Curatoors ad Lites en Sequeſters in en over den Boedel en Goederen van Eliſabeth Huykenhorſt voormeld, uiterlyk voor den eerſten Juny eerſtkomende.

Alle de geene die eenige pretenſie hebben ten laſten van, of iets verſchuldigd zyn aan wylen Hend. Mynard, in leven Goudſlager, gewoond hebbende t’Amſt. in de Nes en aldaar overleeden, worden verzogt voor primo July 1758, daar van behoorlyke opgave te doen ten Comptoire van de Notaris Kier van der Piet, op de Prinſegragt by de Rooſegragt t’Amſterdam.

Jan Double en Jacob Hoepeling, Makelaars, zullen op Saturdag den 27 May, te Haarlem in de Herberg het Gulde Vlies aan de Groote Markt verkopen, een extra ſchoon modern dubbeld Huys en Erve, ſtaande in ’t beſte van de St. Jansſtraat, agter uitkomende op het Begeynhof, voorzien met diverſe zo beneden als boven-vertrekken, waar van de meeſte behangen zyn, ruim[e] Kookkeuken, extra Verwulfde Kelder, mooye Tuin &c.; nader onderrigt by gem. Makelaars.

J. Schoonhoven, W. van Otterloo en C. van den Broek Corneliſz., Makelaars, zullen op Maandag den 22 May, t’Amſt. in ’t Oude Heeren Logement verkopen, No. 1, een modern hegt ſterk Koopmans Huys, ſtaande op de Binnen-Amſtel tuſſchen de Colveniers en Groene Burgwallen, No. 2, een 3de part in een Pakhuys, genaamt de Jonge Adriaan, ſtaande op de Reguliersgragt tuſſchen de Princegragt en Kerkſtraat; breder by Biljetten en nader onderrigting by de Makelaars. De bewyzen van Eygendom zullen ten Compt. van de Notaris Willem Jan Vos, over de Appelmarkt te zien zyn.