Pagina:Arbeiders.djvu/112

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
110

moeten voortgaan, nu hij het eenmaal is begonnen."

"Overigens," voegde Sophie er op eenigszins boosaardigen toon bij, deed hij het voor de eerste maal een beetje uit gekheid, het was op ons bal, als ik mij wel herinner."

"Ik weet, wat er eigenlijk van dat engagement van Delphin was," zeide nu Caroline Hjelm, die in het begin het gesprek niet had gevolgd, daar zij eene biecht van Louise, met welke zij op de sofa zat, had aangehoord.

"Hij raakte geëngageerd met eene nicht van mama, maar acht dagen nadat het engagement publiek was geworden, dwong hare familie haar, hem zijn woord terug te geven; zij is nu met een' grondbezitter in Zweden getrouwd."

"Och, dat is eene oude geschiedenis," zeide Sophie op stekelachtigen toon, "maar waarom wilde de familie volstrekt, dat zij haar jawoord terugvorderde?"

Sophie stelde belang in het minste, wat Delphia betrof.

"Meent gij, dat ik dat ook niet weet," antwoordde Caroline, "het was omdat het gerucht ging, dat Delphin in het Westland, waar hij een tijd lang bij de rechtbank was aangesteld, met eene getrouwde dame eene schandelijke betrekking had aangeknoopt. Zelfs kan ik vertellen, zoo gij zulks wilt weten, met wie het was; het was met de eenige zuster van den candidaat Hiorth.... daar hebt gij nu de gansche geschiedenis!"

"Van Hiorth! nu dat is een buitenkansje," riep Sophie uit, en zij behandelde Caroline een weinig minder uit de hoogte, "dan kan ik er alles van te weten komen, want hem kan ik geheel om mijn vinger winden."

"Was het werkelijk zulk eene schandelijke geschiedenis," vroeg Hilda aarzelende.

"Een van de allerverschrikkelijkste," antwoordde Caroline op beslisten toon.

"Och, onzin," zeide Sophie, "zeker niet erger, dan andere dergelijke histories. De heeren zijn elkander allen hierin