»in trouwe, ik zal u mijne geschiedenis nog moeten vertellen, om u te troosten."
»Op de wallen van Sluis," sprak de Maulde met eene zwakke stem, en zonk opnieuw in zwijm. Hij had zich te sterk overspannen en, onder de verbrijzeling van zijn hart, de kneuzingen en wonden vergeten, waaronder nu zijn lichaam zich weer samenboog.
»Dat is een mooi geval; daar sta ik nu midden op deze binnenplaats, met een bezwijmd man, die niet verder kan komen," riep Cosmo, uiterst verlegen.
»Neem mijne hulp aan, senor Cosmo! hier dichte bij, op de Marieplaats, is een logies, waar deze gewonde kan verpleegd worden, tot hij hersteld is."
»Mijn vrome vriend! mijn goede engel! gij hadt mij verboden, u te volgen, en gij zoekt mij!" hernam Cosmo, toch de hulp aannemende.
»Zoo haast het zijn kon, als gij ziet," hernam Gideon.
»Te zamen brachten zij den bewustelooze in een vrij aanzienlijk huis, waar hem in waarheid eene zóó trouwe en zorgvuldige oppassing gewerd, dat hij binnen weinige dagen volkomen hersteld was naar het lichaam. En niemand zal dat vreemd vinden: het was in Gideon’s huis, dat hem die werd gereikt; zijne ziel echter bleef diep gebogen, en scheen niet te kunnen herstellen van den schok; altijd verbeeldde hij zich, dat onder de personen, die hem verpleegden, de gestalte van eene vrouw, met ontfermende goedheid, om hem heen had gewaard. »Maar zij bleef gesluierd, en ik heb nooit haar aanzicht kunnen zien, nooit hare stem gehoord," klaagde hij, en scheen hoop te hebben, dat men hem een naam zonde noemen, die hem op de lippen zweefde.
»De vrouw van doctor Gideon draagt gemeenlijk eene falie," merkte Cosmo aan. »Ik heb geene andere gezien."
»Maar de Maulde schudde ongeloovig het hoofd, en zoo haast