Naar inhoud springen

Pagina:Boutens, Vergeten liedjes (1910).pdf/25

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


De dauw die koelt mijn mond en
De schaduw in mijn borst,
Laaft maagdelijke gronden
Van onvermoeden dorst.

Mijn zalige oogen wasschen
Zich weêr na langen tijd
In de doorzonde plassen
Van Gods oneindigheid.

Gelouterd zijn mijn ooren:
Weêr kan ik door 't gebed
Der diepe stilte hooren
Gods heimelijken tred...

Hoe hebt gij mij genezen
Uit lusteloozen dood
Tot al de gouden vreezen
Van dit nieuw morgenrood!