Deze pagina is proefgelezen

Eerste zang.
d’ Onheilvollen, die over d’Achaiërs duizenden smarten
Bracht, en ten Aïdes zond veel dappere zielen der helden,
Doch hen zelven ten prooi liet blijven der honden en buit gaf
5Aan ’t roofvogelenheer — zóo deed Zeus’ wil het vervuld zijn —
Sedert den dag waarop zich door twist vijandig verdeelden
Atreus’ zoon de regeerder des volks en de godlijk’ Achilleus.
1