Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/374

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


nen. De arbeiders kennen den tegenstand en de tegenstanders: het bezwaar tegen de geestelijke verheffing in hun eigen zwakheden en fouten, en het verzet tegen de maatschappelijke bevrijding in de overmacht van de kapitalistische klasse. In het een noch het ander ligt iets raadselachtigs of geheimzinnigs, ligt niets wat een godsdienstig geloof zou kunnen wekken of bestendigen.

En hier moet worden aangeduid wat de door de verdringing van het geloof opengevallen plaats heeft ingenomen: eveneens als het negatieve deel van de proletarische levensbeschouwing, vrucht en uitkomst van den klassenstrijd tegen het kapitaal.

Immers hoe zijn de verbeteringen tot stand gekomen die de zooeven genoemde tweevoudige belemmeringen reeds gedeeltelijk hebben weggenomen? Hoe anders dan door dien klassenstrijd zelf, dan als het gevolg van maatschappelijke hervormingen in den strijd verkregen? Al wat, zoowel in hun stoffelijk bestaan als geestelijk leven, is veranderd, werd gewonnen, niet door de prediking van een godsdienstig geloof, maar door de dikwijls moeilijke aktie van een deel der meestal godsdienstlooze arbeiders zelf.

Wilt gij het moreele gehalte van een volk verhoogen, sla dan de hervormende hand aan de instellingen die zijn samenleving beheerschen. Dit is de groote les door de ervaring aan het hedendaagsche proletariaat geleerd. Aldus werd bevestigd wat de grondleggers van het wetenschappelijk socialisme als een nieuwe waarheid hadden verkondigd: dat het menschelijk denken en doen het voortbrengsel is van de samenleving, in laatste instantie van de inrichting van den arbeid, welke aan iedere samenleving ten grondslag ligt.

 

Door in deze richting voort te gaan, door aan de sociale hervormingen de hand te houden, door de organen van de gemeenschap te versterken, door de zorg van de gemeenschap voor haar leden uit te breiden, door de leuzen van socialisatie en medezeggenschap te verwezenlijken, en door tegelijkertijd steeds grootere getallen

370