Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/376

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


En bovendien hebben zij van aanraking met de wereld meer te duchten in den vorm van allerlei kwelling en verleiding, dan te hopen als bron van zedelijke kracht. In afzondering van de wereld, in een versterking van de gemeenschap met den Onzienlijke, daarom, zullen zij die kracht zoeken.

 

De arbeider daarentegen weet, dat zoover hij in zijn klasse betere menschen om zich heen ziet, dit het gevolg is van hervormingen als verkorting van den arbeidsdag, verhooging van het loon boven het hongerpeil, verbetering van de woning—maar vooral door het gezamenlijk werken, somtijds ten koste van offers, en altijd met een niet spoedig beloonde inspanning, voor het gemeenschappelijk ideaal. Hem valt het daarom ook gemakkelijk in de stem van zijn geweten, of het zedelijk gebod, het voorschrift te erkennen van het belang van het algemeen, zoo noodig te stellen boven het persoonlijk belang. De verwijdering van eenige goddelijke tusschenkomst maakt het zedelijk gebod niet minder achtenswaardig: integendeel verhoogt de atheïstische beschouwing in onze oogen den eerbied verschuldigd aan den eisch van het openbare welzijn—zonder welk immers de menschelijke samenleving, oorsprong en hoedster van alle menschelijke beschaving, niet zou kunnen bestaan.

Het zij den spreker vergund te eindigen met het uitspreken van de hoop dat deze uiteraard vluchtige behandeling de proletarische levensbeschouwing voor sommige belangstellenden zoo niet meer aannemelijk, dan toch meer begrijpelijk heeft gemaakt.

Ik heb gezegd.

 
372