Pagina:FrankVanDerGoesWerk1939.djvu/388

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


 

DE STRIJDMIDDELEN DER ARBEIDERSKLASSE.[1]

 

Aanleiding tot het artikel "Was Friedrich Engels tegen geweld?" en de daarbijbehoorende studie "Friedrich Engels over het Parlementaire Stelsel" vond de auteur in een polemiek van "Het Volk" tegen "De Tribune", waarbij eerstgenoemd dagblad ontkende, dat het Partijbestuur der S.P.D. in Duitschland de inleiding van Engels tot Marx's "Klassenkämpfe in Frankreich" uit politieke overwegingen "gewijzigd" had. Deze "vervalsching" is een cause célèbre, die tientallen jaren een dispuut vormde in de socialistische literatuur.

Aan het hieronder gepubliceerde, dat den titel droeg: "Was Friedrich Engels tegen geweld?", ging vooraf een polemische beschouwing over een artikel hieromtrent in de bladen der Arbeiderspers verschenen.

(De samenstellers).

In 1895 verscheen een nieuwe uitgave van een historisch werk van Marx: Die Klassenkämpfe in Frankreich, 1848 bis 1850 (Klassenstrijd in Frankrijk), door Engels van een nieuwe inleiding voorzien. Marx had geschreven over een belangrijke revolutionnaire periode, en zoo lag het voor de hand dat zijn oude vriend en medewerker schrijvende onder geheel veranderde omstandigheden, op vraagstukken van taktiek wilde terugkomen.

En men moet het erkennen: zooals het daar stond zou er niets anders uit worden opgemaakt dan dat de medegrondlegger van het wetenschappelijk socialisme, terugziende op een halve eeuw van klassenstrijd, zijn afscheid van het openbare leven nam met de verklaring dat van het gebruiken van geweld in dien strijd voortaan voor de arbeiders weinig of niets meer te verwachten was... Maar—zooals die uitspraak daar stond, was zij niet door Engels geschreven. Dit en dit alléén is het "onloochenbare en onweerstaanbare feit", waarop zelfs de meest verleugende krantenschrijver niets zal kunnen afdingen.

Intusschen bleef het woord van Engels gelden, niet zooals het uit Londen, de woonplaats van Engels, was


  1. Voor het eerst verschenen in De Fakkel (1936).
384