Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/46

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


vroeger zelf, na eenigen tijd als een beschamende karikatuur te zijn voortgezet, niet meer dan een flauwe schaduw overliet, ook die krisis verdient een beschrijving.

Want de Nieuwe Gids was meer nog dan een bloeiend tijdschrift, hij was het orgaan van geheel een generatie in litteratuur, kunst, politiek en enkele vakken van wetenschap. Of zonder de ramp die na een bijna tien-jarig bestaan de uitgave overviel, haar opgang nog lang zou hebben geduurd, mag men betwijfelen. Er bestond tusschen haar twee voornaamste rubrieken, de litteraire en de politieke, een tegenstelling, die reeds eerder de aandacht begon te trekken.[1] Als het kamp van de jeugd, als het loopveld van de oppositie, vereenigde de Nieuwe Gids socialisten en radikalen met de dichters en de kritici tot een gemeenschappelijken strijd. Weldra kreeg in de niet-litteraire afdeeling het socialisme de overhand, en ofschoon de antisocialistische gezindheid bij niemand der anderen al zoo sterk was geworden dat men daarom den inwendigen vrede zoude hebben verstoord, zou toch

  1. Bij sommige jonge kunstenaars uit onzen kring leefden socialistische sympathiëen, die later niet geheel verdwenen zijn. Jan Veth, b.v., bewerkte Walter Crane's Claims of decorative Art onder den titel „Kunst en samenleving”. Men kan uit dit boekje leeren, schreef H.P. Berlage, de architekt, dat de sociaal-demokratie geenszins beteekent „een brutalen moord aan alle kunst, een opvatting, die ook in ooze litteratuur tot zeer lezenswaardige artikelen aanleiding heeft gegeven; ik bedoel Van Deyssel kontra v.d. Goes en omgekeerd”.
45