Pagina:Frank van der Goes Herinneringen Nieuwe Gids (1931).pdf/9

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


De eerste bundels zijn zooals men weet te laat verschenen om de weetgierigheid te bevredigen van de tijdgenooten; daarentegen konden zij, gelijk in het bijzonder de lezers van Groot-Nederland weten,[1] nieuwe belangstelling wekken bij het nageslacht. Een welkome aanvulling van de vermeerderde kennis geven de brieven van de vrouw, die zonder een eigenlijke medewerkster van Huet te zijn geworden—zóó ver was zij haar tijd niet vooruit—toch ook geestelijk met hem meeleefde. Over de Indische jaren van Busken Huet bevatten de brieven van mevrouw Huet aan Sophie Potgieter, niet alleen belangrijke inlichtingen, maar ook menige gewichtige opmerking. Zelfs heeft zij eenmaal een volledig overzicht van zijn schrijversleven opgesteld, dat onder den naam van „C. Hasselaar" aangeboden, door de redaktie van den Gids geplaatst werd, zonder te weten, naar men zegt, van welke andere wakkere Haarlemsche die nog altijd zeer lezenswaardige bladzijden afkomstig waren.[2]

Met groote kennis van zaken over hem schrijvende bij zijn leven, kon Anna Busken Huet met eenig recht voortgaan voor haar echtgenoot te spreken na zijn dood.

  1. Het geval Huet, door J. Saks. Groot-Nederland, Jaargang 1926, door de firma Brusse afzonderlijk uitgegeven.
  2. „Een schrijversleven", De Gids, Maart 1880.

8