Pagina:HeimansEli1906WandelenEnWaarnemen.djvu/161

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

161

goudlederen blad, staat zijn kroon nog frisch, nog sappig groen op den forschen stam; die lijkt wel met slangevel bekleed:

Plataan in den naherfst. De onderste tak heeft nog een blad, dat in zijn hollen steel den winterknop verbergt; de andere bladeren zijn afgevallen en daardoor zijn de knopjes zichtbaar.

Plataan in den naherfst.
De onderste tak heeft nog een blad, dat in zijn hollen steel den winterknop verbergt; de andere bladeren zijn afgevallen en daardoor zijn de knopjes zichtbaar.

donkergroene, bronzen en bleek-gele vlekken steken scherp tegen elkaar af; hij heeft zijn schors in schubben afgeworpen, maar zijn bladertooi geeft hij nog niet prijs. Eerst in Juni kwamen ze, als geelbrons fluweel, al die nu nog groote heldergroene spitsgepunte blâren; soms houdt hij zijn loof het langst van alle frisch. Maar ook zijn tijd zal komen, overmorgen, morgen al misschien; als de vorst de zonnestralen wat meer verkilt dan thans. Ook uw plataan, de trots van uw tuin, zal daar dan staan, naakt en star, versteend, met kronkelarmen omhoog geheven, als een doode. Maar ge weet wel beter, en neemt

II