Pagina:Herman Gorter-De wereldrevolutie (1918).djvu/31

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

23

Wanneer Engeland en de Vereenigde Staten overwinnen, zal het verzwakte en verdeelde Europa dit verdragen? Zal Duitschland zich niet aan het hoofd van Europa stellen en zich weder verheffen?

En stelt u duidelijk het tweede geval voor. Duitschland staat aan het eind van den oorlog, na den vrede, voor de poorten van Indië en China. En binnen die poorten staan de Engelsche en de Amerikaansche macht.

Wat zal geschieden? Denkt na, arbeiders! Zullen Engeland en de Vereenigde Staten niet trachten Duitschland te verjagen?

En stelt u voor de derde mogelijkheid. De oorlog blijft onbeslist. Er is geen overwonnene en geen overwinnaar. Dan blijft alles, zooals het was voor den oorlog. Duitschland door Engeland en zijn bondgenooten omgeven. En Duitschland altijd zich wapenend en voorbereidend tot wereldoorlog. Zal Duitschland dan ontwapenen? Zullen Engeland en de Vereenigde Staten ophouden met hun bedreiging van Duitschland?

Bedenkt: Alle deze groote Machten stooten nu op elkander. Zij staan nu aan elkanders grenzen. Niets scheidt hen meer. Er is geen ruimte meer tusschen hen.

Bedenkt: Er zijn daar buiten, aan de andere zijde der grenzen, voor ieder van hen de heerlijkste landen voor kapitaalsbelegging, de allerhoogste winsten.

Bedenkt: de twee Groepen willen dezelfde landen: Afrika en Azië, nu ook Rusland.

Bedenkt: deze landen zijn oneindig rijk, en nog bijna niet geexploiteerd. Milliarden, ja billiarden wachten daar op de uitbuiters.

Bedenkt, Arbeiders, de natuur, het wezen van het Kapitaal. Zijn wezen is uitbreiding, niet waar, op altijd grooter schaal?

Bedenkt in het bijzonder, nog eens, en nog eens, en altijd weer: Bij beide groepen zwelt voortdurend de kapitaalmacht, door uwen arbeid, en door den arbeid der arbeiders van alle andere onderworpen of met de twee groepen verbonden volken. De Kapitaalmacht zwelt in het oneindige. De twee groepen staan tegenover elkaar, grenzen aan elkaar, achter hun grenzen zwelt voortdurend, in altijd sterker mate, het Kapitaal. En daar buiten ligt de nieuwe buit, de winst.