Pagina:Herman Gorter-De wereldrevolutie (1918).djvu/36

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

28

Want Duitschland wil eerst Europa beheerschen en daarna en daardoor de wereld.

En de Vereenigde Staten en Engeland willen nu reeds de geheele wereld beheerschen en alle andere landen onderwerpen aan hun macht.

En wanneer het aan deze beide gelukken zou, nu een Wereldbond van Volken te stichten, dan zou nieuwe tweespalt daarin ontstaan en de bond zou na korten tijd uitéén vallen. Want deze zou slechts tot het voordeel dezer beide zijn opgericht, en dat zouden de anderen niet verdragen.


De kapitalistische Regeeringen, de Bourgeoisie van Engeland en de Vereenigde Staten, de valsche Socialisten in alle landen, de Meerderheids- en Minderheidssocialisten in Frankrijk, de Meerderheid en de Onafhankelijken in Duitschland, de Labour-Party en de pacifistische Socialisten in Engeland, de groote socialistische Partijen in de Vereenigde Staten, zij, die alle alleen voor zich, voor hun natie de menschheid uitmoorden of hielpen uitmoorden, zeggen: Men moet een Internationale Politie maken, uit alle staten, om den staat die den vrede schendt, te straffen. En wanneer een staat zondigt, moeten alle anderen hem straffen. En een Opperscheidsgerecht zal beslissen wanneer een zondigt.

Iets belachelijkers is nog niet in de wereld voorgekomen. Want er bestaat geen zekerder, krachtiger middel om den wedstrijd in bewapening te bevorderen, dan dit. Want de staat, evenals de mensch, is zondig. Door heerschzucht en winzucht. Dit is den modernen staat aangeboren. Hiertoe is hij gepraedestineerd, na den zondenval van het privaatbezit, ledere staat moet dus vreezen eens te zondigen. Maar dan wordt hij door alle anderen aangevallen. En daar hij dit weet, moet hij zich tegen allen wapenen. En omdat hij dit weet, moet hij een vloot en een leger hebben, die tegen alle anderen opgewassen zijn.

Maar allen weten ook, dat het belang over hun oordeel beslist. Zij weten dus, dat het mogelijk is, dat hun oordeel niet tegen, maar voor den zondaar zal uitvallen. Dat zij dus misschien aan de zijde van den zondaar zullen staan, en hem zullen verdedigen, de anderen bestrijden. Dat zij daarvoor een reusachtig leger en een enorme vloot zullen noodig hebben.

Zij zullen zich dus wapenen, en vechten als vroeger, alleen met nog wat meer huichelarij en onder den naam van dienders.