Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/10

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 2 )

balſem in onze gefolterde zielen. "Wij hebben," zegt de Abt Pluche, "op de aarde niets dierbarers dan den Godsdienst."[1] – Is de Godsdienst zó uitmuntend, verſchaft hij zó veel aan het Menschdom; dan is ieder Mensch volſtrekt verpligt, om zich op de kennis van den zuiveren Godsdienst toe te leggen. – Onder alle Godsdienſten (men moge zeggen, wat men wil) ken ik genen beteren, genen meer tot dit alles berekend, genen eenvouwigeren dan den weldadigen Godsdienst, dien Jesus, Gods Zoon, mij geleerd heeft. Maar helaas! hoe zeer is die ſchone, die eenvouwige en voor het hart van den Mensch zo geheel berekende Godsdienst misvormd! – In hoe vele aanhangen verdelen zich de Verërers van Jesus niet! – Ieder aanhang, elke gezindte, ja wat meer is, ieder Mensch (zo hij altoos Godsdienst bezit) houd zijne Godsvërtring voor de enige ware, en hieruit vloeit dikwerf minächting, haat en liefdeloosheid omtrent anders denkenden voord; de meesten echter onder de Christenen in ons Vaderland be-

schou-

  1. Schouwtoneel der Natuur. Deel IX. Bl. 312. der Uitgave in 1799.