Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/59

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 51 )

gevoorderd is, en dat hetzelve dan op den laatſten trap ſtaat, om tot daden over te ſlaan. – In de Steden, en in de grote Meiërijſche Dorpen, waar vele Ambachtslieden wonen, zijn de Zeden ten dozen opzigte meer bedorven, dan wel op liet platte Land, op Dorpen, waar de Boer door geſtadige arbeid voor vele zedenloosheid beveiligd blijft.

Dewijl het Huwelijk vooräl dient aangegaan te worden ter voordplanting en inſtandhouding van het Menschdom, en tot nut der Maatſchappij, zo is het niet om het even, hoe wij onze Kinderen tot leden derzelve vormen. – De Opvoeding is derhalve één der voornaamſte pligten der Ouderen, maar ook deze Opvoeding word in de Meiërij zeer verwaarloosd[1]. Het hart der Jeugd word daar niet beſchaafd, men plant derzelve geen gevoel in voor het goede, het ſchone of deugdzame. "Men moet zorg dragen," zegt de brave Ganganelli of Paus Clemens XIV.[2], "om den

geest

  1. Reize door de Majorij in 1799. Bl. 189.
  2. Brieven. II. Deel Bl. #. en zijne Uitgelezene Gedachten. Bl. 2. Het ware te wenſchen, dat deze laatſte in alle huisgezinnen der Roomſche Meiërijënaars vlijtig gelezen

wier-

D2