Pagina:Hertogenbosch en derzelver inwoners bij het begin der negentiende eeuw.djvu/7

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


VOORBERICHT.

Ik heb de Reizen door de Meiërij van 's Bosch in 1798 en 1799 gelezen en herlezen. – Ik heb mij verheugd, dat de ſlechtigheden, die aldaar ſedert enige jaren gepleegd zijn, aan het licht gebragt, en naar waarheid verhaald zijn. – Ik heb, als een Inboorling der Meiërij, onder het lezen der genoemde Reizen, mijne gedachten bij enige ſtukken, die mij enige opheldering ſchenen te behoeven, in dezelve bijzonder bepaald. – Ik heb 'er over nagedacht, en geef mijne gedachten thands ter beöordeling van het geëerd Publiek over. – Ik heb vooräl getracht, om geheel onpartijdig te werk te gaan, en daarom heb ik mij, in het gebruikmaken van Schrijveren, alleen van die genen bediend, die of zelve Belijders zijn van den Roomſchen Godsdienst, of die ten minſten geheel en al onverſchillig zijn.

Men
*2