Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/13

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

2

die, hoewel door Marx en Engels zelven vaak aangegeven, tot dusverre nimmer het zwaartepunt van den arbeid der Marxistische theoretici heeft gevormd. En het is m.i. juist dat gemis aan natuurwetenschappelijke verdieping, dat aanleiding gaf tot de verschijnselen die zich heden voordoen.

De Marxistische cultuurleer, wier grondlegger aanvankelijk op den bodem der klassieke Duitsche wijsbegeerte stond, een volgeling van Hegel was, en een van de machtigste elementen van zijn philosophie: de dialectische methode aan hem ontleende, bleef in haar verdere uitwerking te dicht bij de intellectueele strooming, welke Marx in zijn jeugd beïnvloedde, dan dat zij de noodige voeling kon houden met de krachtig oplevende natuurwetenschap, waar zij op grond van hare beginselen bij behoort.

De zoo rijke inhoud der Marxistische onderzoekmethode op zichzelve was oorzaak, dat in de eerste tijden haar opbloei, het gemis aan een natuurbasis zich niet van deed gevoelen, totdat, bij het bereiken van het huidig ontwikkelingsstadium, zij tot zich gaat trekken groepen van den meest uitloopenden aanleg en de meest uiteenloopende beginselen, zich niettemin allen vereenigend in het streven naar het ééne alles overheerschende ideaal: verbetering van de maatschappelijke toestanden.

Na die faze van ontwikkeling had het onvermijdelijke plaats. Het feit, dat velen der aldus tot het nieuwe wereldlicht aangetrokkenen tot de beoefenaren der bespiegelende wijsbegeerte behoorden, en dus van huis