Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/142

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

131

wezens schenen Kant, zonder het aannemen van bovennatuurlijke einddoelen, (d.w.z. van een planmatig werkende scheppingskracht) zoo onverklaarbaar dat hij schreef: "Het is volkomen zeker, dat wij de georganiseerde wezens en hun innerlijke vermogens, volgens mechanische beginselen der natuur niet eens voldoende leeren kennen, nog veel minder ze ons verklaren kunnen; dit is zelfs zoo zeker, dat men gerust zeggen kan: "Het is voor menschen ongerijmd ook maar zelfs een dergelijk voornemen op te vatten, of te hopen dat er . ooit een Newton zal opstaan, die al ware het slechts het ontstaan van een grashalm zou kunnen begrijpelijk maken volgens natuurwetten, die geen doel zou hebben geordend. Men moet een zoodanig inzicht bij den mensch onmogelijk achten."—Zeventig jaren later is deze onmogelijke Newton der organische natuur werkeljjk ons verschenen in Darwin en heeft de groote taak vervuld, die volgens Kant onoplosbaar was.

* *
*

Staat de "Kritik der reinen Vernunft" als geestesgewrocht in onaantastbare grootheid daar, de "Kritik der praktischen Vernunft" met zijn zedelijke "postulaten" is niets dan een metaphysisch droombeeld zonder eenige waarde. Hier miste de groote denker in zijn tijd de voorlichting van al de vergelijkende wetenschappen, wier bloei wij thans beleven. Aangezien er een even groot aantal "volmaakte wereldorden" en zedelijke postulaten bestaan als er godsdiensten op de wereld zijn, is de Christelijke conceptie er slechts