Pagina:HuygensCornelieDarwinMarx1901.djvu/147

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

136

onbegrepene wil dus zeggen het voortaan ten eigen bate te gaan exploiteeren. Werd tot nu toe nog altijd een deel der menschheid zelve in slavernij geëxploiteerd, eenmaal zullen alleen de natuurkrachten tot dat doel worden gebezigd. De cultuurmenschheid is als een Delila, die de geheimen der haar overmeesterende wetten steeds meer op het spoor komt, derhalve zich altijd op werkt. De wilde of lagere rassen kennen die geheimen niet, vandaar hun absolute of dierlijke afhankelijkheid.

En niet slechts aangaande de biologische en historische verschijnselen heeft de wetenschap tallooze sluiers opgelicht, ook over het verre verre verleden van onze planeet zelve heeft zij in deze eeuw een nieuw licht geworpen.

Zoeken wij naar de diepere fundamenten van de wetenschappelijke omwenteling in deze eeuw, naar de basis waarop een Darwin zijn theorie kon grondvesten, dan komen wij tot de nieuwere geologie.[1] Meende men vóór Lyell, dat plotselinge on-oorzakelijke revoluties of cataclysmen in den loop van millioenen jaren de gedaante-verwisseling der aard-oppervlakte veroorzaakten, thans weet men, dat door geleidelijke evolutionaire dus oorzakelijke werkingen: door langzame aanslibbing of afslijting en aard-afschuivingen, rotsen zich gingen vormen waar voorheen zeeën zich uitstrekten en omgekeerd, waardoor de groote geologische tijdperken ontstonden. Derhalve geen onoorzakelijke daad van een macht buiten het natuurverband, viermalen plotseling

  1. Geologie: leer van de vorming der aard oppervlakte.